ECLI:NL:OGEAM:2017:4
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Centrale Bank verplicht nieuwe vergunningaanvraag geldtransactiekantoor in behandeling te nemen
Het geschil betreft de vraag of de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten onrechtmatig heeft gehandeld door publiekelijk te melden dat het geldtransactiekantoor geen vergunning bezit. Het geldtransactiekantoor exploiteert sinds 1998 een onderneming zonder geldige vergunning en heeft meerdere malen vergeefs geprobeerd een vergunning te verkrijgen. De Centrale Bank hanteert sinds 2009 een moratorium voor nieuwe vergunningen in Sint Maarten, terwijl Curaçao inmiddels wetgeving heeft ingevoerd.
Het Gerecht stelt vast dat het geldtransactiekantoor zonder geldige vergunning opereert en dat eerdere procedures hierover zijn afgerond met een bevestiging van het ontbreken van de benodigde documenten. De Centrale Bank heeft het geldtransactiekantoor herhaaldelijk gewaarschuwd en zelfs aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Hoewel de Bank erkent dat nieuwe aanvragen moeten worden ontvangen en behandeld, weigert zij deze in behandeling te nemen vanwege het moratorium.
Het Gerecht oordeelt dat het moratorium problematisch is omdat het de toegang tot vergunningen blokkeert zolang Sint Maarten geen nieuwe wetgeving invoert, waardoor het geldtransactiekantoor gedwongen illegaal blijft opereren. Het vonnis beveelt de Bank om binnen één maand een nieuwe aanvraag in behandeling te nemen en hierover publiekelijk te communiceren, met dwangsommen bij niet-naleving. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De Centrale Bank wordt veroordeeld om de nieuwe vergunningaanvraag van het geldtransactiekantoor binnen een maand in behandeling te nemen en hierover publiekelijk te communiceren.