Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Settlement Agreementhebben gesloten in hoger beroep (AR 2013/213, GHIS 7808/H/ 80/16). De relevante bedingen luiden als volgt:
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Sinds januari 2009 huurt de huurder kantoorruimte van de verhuurder in Sint Maarten. Partijen voeren een bodemprocedure, maar sloten op 1 maart 2017 een Settlement Agreement waarin afspraken zijn gemaakt over technische inspectie en herstel van gebreken. Na uitvoerige correspondentie over de uitvoering en bezwaren van de huurder, waaronder medische klachten van de advocaat van de huurder, vordert de verhuurder in kort geding toegang tot het gehuurde om de gebreken te herstellen.
De huurder stelt dat de verhuurder niet-ontvankelijk is omdat de bodemprocedure weer op de rol staat en dat er geen spoedeisend belang is. Ook wijst hij op de hinder en medische omstandigheden. Het Gerecht oordeelt echter dat de Settlement Agreement geen exclusieve bevoegdheid aan de hoger beroepsrechter toekent en dat de verhuurder ontvankelijk is. De spoedeisendheid is aanwezig gezien het belang bij herstel van gebreken.
Het Gerecht stelt vast dat de technische inspectie heeft plaatsgevonden en het rapport als vaststelling geldt. De huurder moet de verhuurder en diens aannemer toegang verlenen gedurende maximaal 14 werkdagen, na een voorbereidingsperiode van vijf werkdagen. De medische klachten en hinder wegen niet op tegen het belang van herstel en onderhoud van het gehuurde. De huurder wordt veroordeeld tot naleving en betaling van proceskosten, met een dwangsom van USD 1.000 per dag, gemaximeerd op USD 50.000.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld om verhuurder binnen 14 werkdagen toegang te verlenen voor herstel van gebreken met dwangsommen bij niet-naleving.