Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- verzoekschrift met producties van 11 december 2018,
- proces-verbaal van de zitting van 11 december 2018.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiseres verzocht het Gerecht om de executoriale veiling van een onroerende zaak, gepland door gedaagde, uit te stellen op straffe van een dwangsom. De veiling was gebaseerd op een verstekvonnis van 21 februari 2017. Gedaagde stelde dat zij tijdig en correct was geïnformeerd via exploten op het adres in het handelsregister, terwijl eiseres betoogde dat zij niet op dat adres kantoor hield vanwege een wijziging van huisnummers.
Het Gerecht oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van eiseres was om haar correcte adres in het handelsregister te laten registreren. De onjuiste adresvermelding bracht het risico met zich mee dat eiseres niet tijdig van de veiling op de hoogte was. Dit bezwaar kon daarom niet leiden tot uitstel van de executie.
Daarnaast werd een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van gedaagde bij uitvoering van het verstekvonnis en de rechtszekerheid in het handelsverkeer zwaarder wogen dan het verzoek van eiseres. Daarom werden de vorderingen afgewezen en werd eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot stopzetting van de executoriale veiling wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.