Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
‘’rental agent’’in loondienst getreden van de werkgever. Haar actuele salaris bedraagt netto USD 1.076,00 per maand.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De werknemer trad sinds 1 maart 2006 in dienst bij de werkgever en werd op 17 februari 2017 op staande voet ontslagen wegens het verrichten van concurrerende werkzaamheden. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde schadevergoeding en doorbetaling van loon.
De werkgever voerde verjaring aan en stelde dat sprake was van een dringende reden. Het Gerecht oordeelde dat de vordering niet verjaard was omdat de werknemer tijdig stuitingshandelingen had verricht. Vervolgens werd vastgesteld dat de dringende reden, namelijk het verhuren van eigen auto’s aan klanten tijdens werktijd, voldoende was onderbouwd met whatsappberichten, huurcontracten en verklaringen.
De werknemer verscheen niet ter zitting en voerde onvoldoende verweer tegen de stellingen van de werkgever. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer konden de dringende reden niet wegnemen. Daarom werden de vorderingen afgewezen en werd de werknemer veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer wegens kennelijk onredelijke opzegging worden afgewezen vanwege gegronde dringende reden en niet-verjaring.