Uitspraak
2.De feiten
.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De verzekerde, eigenaar van een appartementsrechtelijk gesplitst gebouw op Sint Maarten, vorderde in kort geding een aanvullend voorschot van de verzekeraar voor herstel van schade veroorzaakt door orkanen Irma en Maria. De verzekerde is verzekerd tegen opstal- en inboedelschade, maar er bestond onenigheid over de hoogte van de schade en het eigen risico. Diverse schaderapporten gaven uiteenlopende bedragen aan, waarbij het rapport van de verzekeraar een lager bedrag voorstelde dan de verzekerde claimde.
Het Gerecht overwoog dat de vordering alleen kon worden toegewezen indien aannemelijk was dat de bodemrechter, oftewel de arbiters, dit ook zouden doen. De verzekeraar voerde onder meer aan dat het eigen risico 5% bedroeg, terwijl de verzekerde stelde dat dit 2% was. Het Gerecht achtte het waarschijnlijk dat arbiters het eigen risico op 2% zouden vaststellen. De kwestie van onderverzekering voor de inboedel werd te complex geacht voor kort geding en moest aan arbiters worden voorgelegd.
Omdat partijen geen overeenstemming bereikten over een definitief schaderapport en de verzekeraar zich niet definitief aan het rapport van haar expert had gecommitteerd, baseerde het Gerecht het voorschot niet op dat rapport. Het Gerecht kende een aanvullend voorschot van USD 600.000 toe, waarmee de totale voorschotten USD 1,45 miljoen bedragen, een bedrag dat redelijk werd geacht gezien de diverse rapporten.
De gevorderde wettelijke rente werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld of en wanneer de verzekeraar in verzuim was geraakt. De verzekeraar werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd op 14 september 2018 uitgesproken door rechter A.J.J. van Rijen.
Uitkomst: De verzekeraar wordt veroordeeld tot betaling van een aanvullend voorschot van USD 600.000 voor herstel van orkaanschade.