Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Belanghebbende kreeg op 15 juli 2020 een naheffingsaanslag in de winstbelasting over 2016 opgelegd. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar en stelde vervolgens beroep in nadat de Inspecteur het bezwaar had afgewezen. Tijdens de beroepsprocedure vernietigde de Inspecteur de naheffingsaanslag ambtshalve, waardoor het beroep geen gunstiger resultaat meer kon opleveren voor belanghebbende.
Het Gerecht oordeelde dat hierdoor het belang bij het beroep is komen te vervallen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast werd het verzoek van belanghebbende om een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase afgewezen, omdat geen sprake was van ernstige onzorgvuldigheid door de Inspecteur.
Voor de beroepsfase werd een forfaitaire proceskostenvergoeding van NAf 700 toegekend, zijnde de helft van de vergoeding voor samenhangende zaken. Het betaalde griffierecht van NAf 150 werd eveneens aan belanghebbende vergoed. Het Gerecht zag geen reden voor een integrale vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, omdat het standpunt van de Inspecteur verdedigbaar was.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang is komen te vervallen na ambtshalve vernietiging van de naheffingsaanslag.