De werkneemster was sinds 2013 werkzaam als kok en huishoudster voor meerdere verweersters, waaronder een naamloze vennootschap en andere entiteiten die onderling verbonden waren. Na het stoppen van de bedrijfsactiviteiten van verweerster sub 1 in september 2019, bleef de werkneemster werkzaamheden verrichten en loon ontvangen, maar het was onduidelijk wie haar werkgever was.
De werkneemster vorderde loonbetaling en stelde dat verweerster sub 2 misbruik maakte van het identiteitsverschil tussen de verschillende entiteiten om loonbetaling te ontlopen. Verweerster sub 2 ontkende betrokkenheid, maar kon dit onvoldoende onderbouwen.
Het gerecht oordeelde dat er sprake was van meerdere arbeidsovereenkomsten en dat verweerster sub 2 na september 2019 als werkgever kon worden aangemerkt. De loonvordering werd toegewezen, inclusief wettelijke rente en verhogingen, terwijl de vorderingen tot misbruik van identiteit en vereenzelviging werden afgewezen.
Het vonnis benadrukt de bescherming van werknemers tegen zwartbetaling, het niet verzekeren voor ziekte en onduidelijkheid over de werkgever. Verweersters werden veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon en proceskosten.