Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.Wettelijk kader
6.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiseres, een Dominicaanse nationaliteit houdende vrouw, heeft sinds 2010 een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid in loondienst. Na een wijziging in haar verblijfsvergunning per 2014, waarbij arbeid werd uitgesloten, werd haar aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen vanwege vermeerde overtreding van het arbeidsverbod. Het Gerecht beoordeelde het beleid van verweerder, dat partners van Nederlanders geen werkverbod oplegt, maar partners van niet-Nederlanders wel, en concludeerde dat dit onderscheid niet proportioneel is en in strijd met artikel 14 EVRM Pro.
De rechtbank analyseerde het discriminatieverbod uit artikel 14 EVRM Pro in samenhang met artikel 8 EVRM Pro over het recht op gezinsleven. Hoewel het beleid gericht is op bescherming van de lokale arbeidsmarkt, is dit volgens het Gerecht niet voldoende onderbouwd voor de situatie van gezinsvorming. Verweerder kon niet aantonen dat partners van niet-Nederlanders meer druk op de arbeidsmarkt leggen dan partners van Nederlanders, noch dat misbruik via gezinsvorming vaker voorkomt bij niet-Nederlandse partners.
Het Gerecht vernietigde het bestreden besluit, oordeelde dat eiseres rechtmatig verblijf had en droeg verweerder op de aanvraag voor de verblijfsvergunning toe te wijzen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van gelijke behandeling en proportionele toepassing van verblijfs- en arbeidsvoorwaarden binnen het vreemdelingenrecht van Sint Maarten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanvraag voor de verblijfsvergunning met arbeidstoegang wordt toegewezen.