Belanghebbenden betaalden overdrachtsbelasting over de vestiging van een nieuw erfpachtrecht inclusief de waarde van de opstal. Zij maakten bezwaar en stelden dat geen overdrachtsbelasting verschuldigd was omdat het slechts een wijziging van het erfpachtrecht betrof en dat de waarde van de opstal niet meegenomen mocht worden.
Het Gerecht oordeelde dat er wel sprake was van vestiging van een nieuw erfpachtrecht, een belastbaar feit, maar dat de opstal onderdeel uitmaakt van het erfpachtrecht. Echter, omdat belanghebbenden of hun rechtsvoorgangers de opstal zelf hadden gebouwd en betaald, en het Land Sint Maarten nooit recht had op de waarde daarvan, werd de waarde van de opstal voor de overdrachtsbelasting op nihil gesteld.
De waarde van de verkrijging werd daardoor beperkt tot de grondwaarde van NAf 296.488, waarover 4% overdrachtsbelasting werd geheven. Tevens werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar gegrond verklaard en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van overdrachtsbelasting bij erfpachtrechten met opstal en bevestigt dat de waarde van de opstal niet altijd tot de verkrijging behoort als deze door de erfpachter is betaald en behouden blijft.