Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift met producties, op 8 april 2024 ter griffie ingediend;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 20 juni 2024.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De zaak betreft een geschil over huurachterstand tussen een huurder en verhuurder van een appartement in Sint Maarten. De huurder vordert vernietiging van een bevel van betaling dat haar veroordeelt tot betaling van een huurachterstand van US$ 1.550, vermeerderd met rente en proceskosten.
De huurder betwist de huurachterstand en stelt dat zij altijd contant heeft betaald, maar kan dit niet onderbouwen met kwitanties of andere bewijsstukken. De verhuurder voert aan dat de huurder in een brief van 30 maart 2020 heeft erkend een huurachterstand te hebben en een betalingsregeling te willen treffen. De rechtbank stelt vast dat de huurder de bewijslast draagt voor haar betwisting en dat zij hier niet in is geslaagd.
Daarom wijst het gerecht de vordering af en veroordeelt de huurder in de proceskosten, die nihil worden begroot omdat de verhuurder in persoon procedeert. Het vonnis is uitgesproken op 6 augustus 2024 door rechter Th.G. Lautenbach.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van het bevel van betaling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betaling.