Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting 2017 en 2018 vanwege de heffing over huuropbrengsten uit onroerende goederen behorend tot de onverdeelde nalatenschap van zijn overleden moeder. De Inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, maar het Gerecht oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt de aanslagen niet tijdig te hebben ontvangen, waardoor hij ontvankelijk is.
Inhoudelijk stelde het Gerecht vast dat de huuropbrengsten uit de onverdeelde nalatenschap volgens artikel 4 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting belast zijn bij de gerechtigde tot de nalatenschap. Belanghebbende had niet aannemelijk gemaakt dat hij de huuropbrengsten niet had genoten, ondanks dat de onroerende goederen in het Franse deel van Sint Maarten liggen en tot de nalatenschap behoren.
De aanslag over 2017 was conform de aangifte opgelegd, maar belanghebbende kon niet bewijzen dat de huurinkomsten ten onrechte waren aangegeven. Voor 2018 had de Inspecteur een bijtelling toegepast, die het Gerecht niet onredelijk achtte. Het beroep werd gegrond verklaard op formele gronden, maar de aanslagen werden gehandhaafd.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gegeven door rechter D.J. Jansen op 15 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onontvankelijkheid bezwaar onterecht, maar de aanslagen inkomstenbelasting worden gehandhaafd.