Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting, premie AOV/AWW en naheffingsaanslagen en boetes omzetbelasting over de jaren 2018 tot en met 2020. Omdat de Inspecteur niet binnen de wettelijk gestelde termijn uitspraak deed op deze bezwaren, stelde belanghebbende tijdig beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
Tijdens de procedure gaf de Inspecteur aan te hebben getracht contact te zoeken met de voormalig gemachtigde van belanghebbende vanwege onnavolgbare bezwaarschriften, maar dat deze niet reageerde, waardoor uitspraak werd uitgesteld. Het Gerecht oordeelde dat het beroep gegrond is en droeg de Inspecteur op alsnog uitspraak te doen, zonder een termijn te stellen, mede omdat de huidige gemachtigde verwachtte tot overeenstemming te komen en aanvullende informatie moest aanleveren.
Verder veroordeelde het Gerecht de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende, waarbij een afwijkende wegingsfactor van 0,25 werd toegepast vanwege de omstandigheden. Ook werd vastgesteld dat belanghebbende ten onrechte te veel griffierecht had betaald, hetgeen moest worden terugbetaald, en dat de Inspecteur het juiste griffierecht moest vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter P.A.M. Pijnenburg op 18 december 2024, met de mogelijkheid voor partijen om binnen twee maanden hoger beroep in te stellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie belastingkamer te Sint Maarten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de belastingbezwaarschriften is gegrond verklaard en de Inspecteur is veroordeeld tot het alsnog doen van uitspraak en het vergoeden van proceskosten.