Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten heeft op 9 juli 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin eiseres bezwaar maakte tegen naheffingsaanslagen Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering over de jaren 2016 tot en met 2020. De aanslagen betroffen Lzv-premieheffing over twee personen die volgens het looncontrolerapport loon boven de loongrens genoten, maar over wie eiseres betoogde dat zij geen werknemers waren in de zin van de Lzv.
Het Gerecht oordeelde dat het onderzoek naar de loonsommen zorgvuldig en bevoegd was uitgevoerd door medewerkers van SBAB en ATS, die daartoe op grond van service level agreements bevoegd waren. Ook was de behandeling van de bezwaren volgens het Gerecht correct verlopen, ondanks bezwaren van eiseres tegen de samenstelling van de adviescommissie.
Belangrijk was de beoordeling van de premieheffing over de twee personen. Het Gerecht stelde vast dat deze personen geen werknemers waren in de zin van de Lzv en dat de Lzv geen grondslag biedt voor premieheffing over loon tot aan de loongrens, ook al beschikten zij over een geldige SZV-kaart. Dit oordeel is in lijn met een eerdere uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van 21 mei 2025.
Als gevolg hiervan verklaarde het Gerecht de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden beschikkingen en droeg verweerder op om binnen vier weken opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten ten gunste van eiseres.