Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.1. [V],
2.2. [N],
3.3. [A],
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- te verklaren dat de inschrijving van het hypotheekrecht waardeloos is onder de voorwaarde dat verzoekster het resterende bedrag van USD 133.273,66 op een door het Gerecht aan te wijzen derdenrekening wordt gestort al dan niet met de bepaling dat voornoemd bedrag voor een periode van vijf (5) jaar zeker wordt gesteld en, indien zij niet binnen die tijd worden opgeëist, aan eiseres worden terugbetaald;
- te bepalen dat eiseres alle (rechts)handelingen zal kunnen (doen) verrichten die daarvoor nodig zijn, inclusief de inschrijving van het vonnis in de openbare registers van Sint Maarten, zodat deze uitspraak in de plaats treedt van de schriftelijke verklaring als bedoeld in art. 3:28 BW Pro met als gevolg dat het gevestigde hypotheekrecht direct door de hypotheekbewaarder wordt doorgehaald op basis van art. 3:29, lid 4, BW.