ECLI:NL:OGEAM:2026:63
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking waarneming secretaris-generaal wegens onbevoegd besluit
Klaagster, sinds 2010 werkzaam bij de overheid van Sint Maarten, werd bij ministeriële beschikking benoemd tot waarnemend secretaris-generaal. Deze waarneming werd bij een later besluit ingetrokken. Klaagster diende bezwaar in tegen deze intrekking, maar dit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het primaire besluit geen rechtsgevolg zou hebben.
Het gerecht oordeelt dat de ministeriële beschikkingen niet namens de Gouverneur zijn genomen, die het bevoegd gezag is volgens de Landsverordening materieel ambtenarenrecht. Zonder mandaat of delegatiebesluit is de minister niet bevoegd om dergelijke besluiten te nemen. Hierdoor is de aanwijzing tot waarneming niet rechtsgeldig en kan de intrekking daarvan ook niet als een wijziging van de ambtelijke rechtspositie worden beschouwd.
Hoewel klaagster feitelijk taken van waarnemend secretaris-generaal heeft verricht, betreft dit een feitelijke dienstopdracht zonder rechtsgevolg. Klaagster heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een feitelijke degradatie of wijziging in haar functie of bezoldiging. De hoorplicht is niet geschonden, aangezien een hoorzitting heeft plaatsgevonden waarbij klaagster haar standpunt kon toelichten.
Het gerecht verklaart het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Martinez-Hammer op 7 april 2026.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de waarneming als secretaris-generaal is niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.