Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
SUN RESORTS LIMITED N.V.,
HET LAND SINT MAARTEN,
.Dat is sinds 1869 vastgelegd in het burgerlijk wetboek. Deze zaak gaat over de vraag of de verre voorganger van Sun Resorts in 1852 eigenaar is geworden van het strand bij Mullet Bay, zodat via latere overdrachten die eigendom bij Sun Resorts is terechtgekomen. Het Gerecht bepaalt in dit vonnis eerst wat “strand der zee” in 1852 betekende en oordeelt vervolgens dat het huidige strand van Mullet Bay in 1852 niet kan zijn geleverd, omdat dit altijd van “het volk” is geweest. Gevolg is dat Sun Resorts nooit eigenaar van het strand is geworden.
De gronden achter het strand zijn wel eigendom van Sun Resorts. Het Land wordt veroordeeld in verband met het feit dat het gronden van Sun Resorts aan derden heeft verhuurd of in gebruik gegeven.
The Case in BriefThe beaches of Sint Maarten are public. This has been enshrined in the Civil Code since 1869. This case concerns the question of whether Sun Resorts’ distant predecessor became the owner of the beach at Mullet Bay in 1852, such that ownership subsequently passed to Sun Resorts through later transfers. In this judgment, the Court first determines what “strand der zee” meant in 1852 and then rules that the current Mullet Bay beach could not have been transferred in 1852, because this has always belonged to “the people”. Consequently, Sun Resorts never became the owner of the beach.
The land behind the beach, however, is owned by Sun Resorts. The State is found liable for having leased or allowed third parties to use Sun Resorts’ land.
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift met 100 producties, op 11 juni 2025 ter griffie ingediend;
- de akte van 19 augustus 2025, houdende aanvulling gronden en vermeerdering van eis;
- de conclusie van antwoord van 14 oktober 2025, met 13 producties en een verzoek tot benoeming van een deskundige;
- de akte voor comparitie van Sun Resorts houdende 21 producties met toelichting.
2.De feiten
Verschillende personen zijn in de loop van de jaren aan het strand strandtenten gaan exploiteren. Het ging om heel kleine barretjes, waar vanuit een koelbox drankjes werden verkocht.
De erven van Charles Daniel Esprit Beauperthuy hebben in 1943 een groot stuk grond verkocht aan de Kolonie Curaçao. Daarvan is een akte opgemaakt, overgeschreven op 10 augustus 1943, en geregistreerd in Register C, Deel 18, nummer 21 (
C-18-21).
De Kolonie Curaçao heeft gekocht:
C-21-91) heeft de heer [betrokkene 1] van de erven van Charles Daniel Esprit Beauperthuy gekocht:
C-21-100) is het perceel omschreven als volgt:
C-26-72), heeft [betrokkene 1] het restant van het door hem van de erven Beauperthuy gekochte perceel grond ook verkocht aan Island Gem Enterprises LTD. N.V. Dat perceel wordt als volgt omschreven:
of:
C-32-56), zijn eerdere akten verbeterd, mede met betrekking tot de omschrijving van de percelen, die hiervoor zijn omschreven. Akte
C-26-72, waarbij Island Gem Enterprises Ltd. N.V. het restant van Mullet Bay heeft verkregen, wordt als volgt verbeterd:
3. Het geschil
(i) zich te gedragen als eigenaar van het perceel beschreven in meetbrief 114/1971 en waarvan het Gerecht in het in deze te wijzen vonnis voor recht heeft verklaard dat Sun Resorts daar (primair) tot de normaal hoogwaterlijn (van de zee) eigenaar van is, dan wel (subsidiair) tot en met de grenslijn met het daaraan grenzende strand zoals ingetekend in productie 23, en
(ii) het Land te verbieden om percelen grond die in eigendom toe behoren aan Sun Resorts aan derden in gebruik te geven en/of te verhuren aan derden op straffe van een dwangsom van USD 10.000.000,- voor elke overtreding van dit verbod.
a. het Land geen eigenaar is van de grond welke is verhuurd en/of in gebruik is gegeven aan de derde;
b. het Land niet bevoegd was om deze percelen te verhuren en/of in gebruik te geven aan de derde;
een en ander op straffe van een dwangsom van USD 1.000.000,- voor iedere dag of dagdeel dat het Land nalaat aan dit gebod te voldoen;
4.De beoordeling
Geen bezit door verjaring
Wat betekent “strand der zee”?
Het Gerecht verwerpt dat verweer. Om te bepalen wat in 1852 door de koper en verkoper bedoeld is te leveren, moet de vraag worden beantwoord wat toen onder “strand der zee” werd verstaan. En daarvoor zijn taal- en juridische opvattingen van dat moment van belang.
De wettelijke bepalingen, het huidige BW
“De stranden der zee, de grond onder de binnenwateren, alsmede de grote en kleine eilanden en platen die in die wateren voorkomen, worden vermoed eigendom te zijn van het Land.”In de parlementaire geschiedenis van dit artikel is de vraag aan de orde geweest, wat precies moet worden begrepen onder de term “stranden der zee”. De regering heeft onder verwijzing naar de Nederlandse wetsgeschiedenis daarop geantwoord dat het gewone spraakgebruik beslissend moet zijn. De in artikel 5:26 BW Pro (NL) opgenomen toevoeging “tot aan de duinvoet” is daarbij niet overgenomen, omdat dat in de Cariben volgens de wetgever geen goede zin heeft.
“Beperking van de openbaarheid van aan het Land toebehorende stranden door vervreemding, bezwaring, ingebruikgeving of anderszins, behoeft een bij landsverordening te verlenen bijzondere toestemming.”De toelichting hierbij was:
“Het nieuwe tweede lid beoogt een zekere garantie te bieden voor het behoud van de openbaarheid van aan de overheid toebehorende stranden. Deze bepaling werkt uiteraard slechts voor de toekomst. Stranden die thans reeds particulier eigendom zijn kunnen slechts openbaar gemaakt worden door aankoop door de overheid of onteigening.” [2] eerste tussenconclusie
op dit momentmet “strand der zee” mede wordt bedoeld de zandgronden vanaf de vloedlijn (hoogwaterlijn), tot de oever van het vaste land.
De wettelijke bepalingen, het vorige BW
Artikel 573 BW Pro-NA (oud) bepaalde:
“Insgelijks behoren aan den lande de wegen en straten, welke te zijnen laste zijn, de stranden der zee, de bevaarbare en vlotbare stromen en rivieren met hun oevers, de grote en kleine eilanden en de platen welke in die wateren opkomen, gelijke ook de havens en reden, onverminderd de door titel of bezit verkregen rechten van bijzondere personen of gemeenschappen.”
“De rechten uit overeenkomsten voortvloeijende worden geregeld door het regt, dat in werking was, toen die overeenkomsten zijn gesloten.”De wettelijke bepalingen vóór 1869
“En inderdaad zijn volgens het natuurrecht de volgende zaken aan allen gemeen: de lucht, stromend water, de zee en de kusten der zee”.De rechtsvraag in deze zaak
- akte 28-10-1852: “tot het strand der zee”
- akte 10-8-1943: “bounded to the South by the sea shore”
- akte 6-11-1957: “bounded on the South bij the Sea Shore”
- akte 16-11-1957: “bounded on the west by Mullet Pond Bay and the Caribbean sea”.
Deze laatste akte betreft de levering aan Sun Resorts.
Betekenis van het begrip “strand der zee” in literatuur en rechtspraak. [3]
Inleydinge tot de Hollandsche Regts-geleerdheid.Na zijn ontsnapping in een boekenkist, werd dit werk uiteindelijk in 1631 gepubliceerd. Over het begrip “strand” noteerde hij het volgende:
"Staet oock to weten dat het zand van de zee ende overzulcs oock het strand, voor zoo veel het den meesten tijd ofte ter halver vloed met de zee bedect werd, is van ghelijck recht als de zee: maer het bloote strand komt het volck van 't land toe."
"Hoever de stranden der zee reiken, zegt de wet niet. Zie § 3 Inst. de rer. div . 2, 1. "Est autem litus maris, quatenus hibernus fluctus maximus excurrit." Ten onzent zal men eveneens het hoogste water bij gewone tijden, niet bij buitengewone omstandigheden als grens mogen aannemen."
“Ten slotte wordt te kennen gegeven waar de oeverlijn van de zee loopt. In het Romeinsche recht wordt de vloedlijn als grens voor het publiek domein aangenomen; het Engelsche recht neemt de laagwaterlijn als zoodanig aan; De Groot (Inl. II, dl. § 21) houdt rekening met den gemiddelden waterstand. In overeenstemming met het bestaande recht (zie artikel 577 B. W.) heeft men als oeverlijn aangenomen de grens van het strand landwaarts, daar waar de hoogwaterlijn loopt; het gewone spraakgebruik schijnt voorts mede te brengen, dat men tot het strand moet rekenen die oppervlakte, die regelmatig tweemaal in een etmaal door de zee wordt ingenomen.”
"Volgens het gewoonterecht in de Minahassa komen de stranden der zee en de daaraan grenzende gronden oorspronkelijk toe aan het district, als gemeenschappelyk eigendom, met dien verstande, dat ieder ingezetene van het district die gronden mag occupeeren en ontginnen. De grenzen worden aan de zeezijde bepaald door de waterlijn, zoodat bij aanslibbing of afspoeling ieders grond vergroot of verkleind wordt” [5]
“Met “stranden der zee” bedoelde men dus in feite “oevers der zee”. De term was dus niet beperkt tot wat wij tegenwoordig onder een “zandstrand” verstaan”. [6]
tweede tussenconclusie
Sun Resorts heeft ter verdere onderbouwing aangevoerd dat deze opvatting ook nog later de heersende was.
“Overwegende, dat uit een en ander volgt, dat de vordering van de tusschenkomende partij, dat de Fuikbaai de vrije en onbezwaarde eigendom van den Lande is, ontvankelijk is;Overwegende met betrekking tot de vordering, dat ook het strand van de Fuikbaai de vrije en onbezwaarde eigendom van den Lande is, dat als de grens tot welke de baai zich landwaarts uitstrekt, moet worden aangenomen de hoogste stand dien het water bereikt, mits dit nog een gewoon peil kan heeten en dat in verband hiermede de eigenaar van het water ook eigenaar moet zijn van den grond die bij eb openkomt, onverschillig of het rots- of andere grond is, aangezien anders aan den een toebehoorend water geregeld zou komen op aan den ander toebehoorenden grond, een constructie, die zonder uitdrukkelijke bepaling in de wet niet kan worden aanvaard;Overwegende, dat hierdoor geen inbreuk gemaakt wordt op hetgeen omtrent aanwassen, gorzingen, schorren en aanspoelingen is voorgeschreven;Overwegende, dat, waar de aan de baai grenzende grond niet aan den Lande toebehoort, de tusschenkomende party in dit deel harer vordering niet ontvankelijk behoort te worden verklaard;”
Op grond van al het voorgaande komt het Gerecht tot dezelfde conclusie als Sun Resorts: in 1852 werd onder het strand der zee verstaan, het strand vanuit de zee, begrensd door de hoogwaterlijn. Daaruit volgt dat de grond (het zand) onder het water (de baai) tot die hoogwaterlijn publieke grond is. In de uitspraak van de Kantonrechter te Curaçao komt dat bijvoorbeeld heel goed naar voren. Wat tegenwoordig als “strand” wordt gezien, was in 1852 dus iets anders.
Het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof in 1977 [8]
Hierbij kwam het Hof tot de volgende definitie
“dat onder "stranden der zee" in art. 573 NABW Pro in beginsel, bijzondere omstandigheden daargelaten, moet worden verstaan de onbebouwde en (grotendeels) onbegroeide strook grond, gelegen tussen de normaal-laagwaterlijn enerzijds en het begin van de min of meer ononderbroken natuurlijke begroeiing, dan wel de voet van de aanwezige zeewering, schoeiing of wallen, dan wel het begin van de van oudsher aanwezige bebouwing anderzijds.”Het Land heeft voor de onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar deze uitspraak van het Hof. Sun Resorts heeft in deze zaak uitvoerig een aantal ‘middelen’ aangevoerd tegen de argumenten waarop deze definitie is gebaseerd. [9] Het Gerecht laat deze ‘middelen’ voor wat zij zijn en volstaat met de constatering dat deze uitspraak op zichzelf staat en dat daaraan geen betekenis toekomt voor een oordeel in deze zaak, tegen de achtergrond van wat hiervoor aan literatuur, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie is aangehaald.
the sea shore”,bij de levering in 1957 door “
the Sea Shore”.In de leveringsakte van Sun Resorts van 1957 wordt de grens van het perceel als volgt aangeduid: “
bounded on the west by Mullet Pond Bay and the Caribbean sea”.Deze begrippen sluiten aan bij wat hiervoor is overwogen: aan Sun Resorts is bij deze akte ook bedoeld te leveren de grond aan de landkant tot de hoogwaterlijn.
Kon het – huidige – strand van Mullet Bay wel worden geleverd?
het bloote strand komt het volck van 't land toe."Naar het oordeel van het Gerecht kan dat niet anders betekenen dan dat het “bloote strand” niet door een privé-persoon kan worden geleverd. Niet valt in te zien dat dit voor Sint Maarten anders zou zijn. Het betekent dat James Alexander Farguerson Peterson in 1852 het huidige strand van Mullet Bay niet aan Emile Beauperthuy kan hebben geleverd.
Sun Resorts heeft ook aangetoond dat onder meer voor de huidige locatie van restaurant Kalatua bomen en bosschages zijn verwijderd. Het restaurant bevindt zich dan ook niet op het strand.
Het Land heeft dit alles niet betwist. Ook als het strand niet van Sun Resorts is, mag het Land zonder toestemming van Sun Resorts natuurlijk geen vergunning verlenen voor bouwactiviteiten op het achterliggende perceel van Sun Resorts of daar zaken aan derden verhuren. De overige vorderingen van Sun Resorts zijn daarom toewijsbaar, zij het dat de dwangsommen zullen worden gematigd.
Buitengerechtelijke kosten
Proceskosten
5.De beslissing
a. het Land geen eigenaar is van de grond die is verhuurd en/of in gebruik is gegeven aan de derde;
b. het Land niet bevoegd was om deze percelen te verhuren en/of in gebruik te geven aan de derde;
een en ander op verbeurte van een dwangsom van USD 10.000,- voor iedere dag of dagdeel dat het Land nalaat aan dit gebod te voldoen, met een maximum van USD 250.000,-;