ECLI:NL:OGHACMB:2011:BP9809
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verdeling nalatenschap en eigendom perceel grond in hoger beroep
In deze zaak staat de eigendom van een perceel grond centraal dat door de vader van verweerder aan verweerder is nagelaten via testament. Dit perceel maakte deel uit van een eerdere nalatenschap van een overledene, waarbij geen formele verdeling heeft plaatsgevonden en levering aan de vader van verweerder niet heeft plaatsgevonden.
De rechtbank in eerste aanleg heeft geoordeeld dat de vordering tot verdeling van de nalatenschap alleen tegen alle erfgenamen gezamenlijk kan worden ingesteld. Het hof bevestigt dit uitgangspunt en benadrukt dat zonder deelname van alle erfgenamen de rechtszekerheid omtrent de verdeling onvoldoende gewaarborgd is.
Daarnaast wenst verweerder formeel vast te stellen dat zijn vader door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van het perceel, waardoor het niet meer tot de nalatenschap behoort. Het hof stelt dat ook deze vordering alleen tegen alle erfgenamen gezamenlijk kan worden ingesteld, tenzij alle andere erfgenamen instemmen.
Het hof geeft partijen de gelegenheid om zich uit te laten over deze voorlopige beoordeling en houdt verdere beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar een nieuwe rolzitting voor nadere processtukken en toelichting.
Uitkomst: Beslissing wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de vordering tegen alle erfgenamen.