ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ9025
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering vergunning tijdelijk verblijf en procesbelangen werkgever en vreemdeling
De werkgeefster en de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen de weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf door de minister. De werkgeefster voerde aan dat zij als gemachtigde van de vreemdeling belanghebbende was en dat haar recht op vrijheid van meningsuiting was geschonden. Het Hof oordeelde dat de werkgeefster zelf geen belanghebbende is en dat haar betoog onvoldoende onderbouwd was.
Het Hof stelde vast dat het Gerecht ten onrechte het bezwaar van de werkgeefster niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde de beschikking voor zover het bezwaar ongegrond was verklaard. Het Hof verklaarde het beroep van de werkgeefster gegrond en bepaalde dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.
Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. Het Hof overwoog dat de inschrijving van de vacature bij de arbeidsbemiddeling ná de beschikking had plaatsgevonden en daarom niet in de beoordeling kon worden betrokken. Ook oordeelde het Hof dat de beleidsregels waar de vreemdeling zich op beriep niet van toepassing waren op haar verzoek.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de werkgeefster en tot terugbetaling van griffierecht. De uitspraak vervangt de vernietigde beschikking en bevestigt het overige van het eerdere vonnis.
Uitkomst: Het beroep van de werkgeefster wordt gegrond verklaard en de beschikking vernietigd, het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.