ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX8567
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- L.C. Hoefdraad
- J.P. de Haan
- J.P.C. van Dam van Isselt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit geboren in 1957
Verzoeker, geboren in 1957 in Venezuela uit een Nederlandse moeder en een Venezolaanse vader, verzocht het Hof om vaststelling van zijn Nederlandse nationaliteit vanaf geboorte. De Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (WNI) uit die tijd kende de Nederlandse nationaliteit toe aan kinderen van Nederlandse vaders, niet aan kinderen van Nederlandse moeders die in het buitenland woonden.
Tijdens de procedure, die meerdere zittingen omvatte en een mondelinge behandeling, concludeerde de procureur-generaal tot afwijzing van het verzoek. Het Hof oordeelde dat verzoeker geen Nederlander was op grond van artikel 1 lid 1 sub a WNI Pro, omdat zijn vader geen Nederlandse nationaliteit bezat, en evenmin op grond van artikel 2 lid 1 sub a WNI Pro, omdat zijn moeder niet in Nederland of de Nederlandse Antillen woonde.
Het betoog van de gemachtigde dat 'vader' ook op moeder moest worden toegepast, werd door het Hof verworpen wegens gebrek aan wettelijke grondslag. De overgangsbepaling van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) maakte bovendien duidelijk dat de uitgebreidere bepalingen pas van toepassing zijn op kinderen geboren na 1 januari 1985.
Het Hof wees het verzoek daarom af en bevestigde dat verzoeker niet de Nederlandse nationaliteit bezit vanaf zijn geboorte.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen.