ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY7909
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verblijfsvergunning gezinsvorming wegens onvoldoende middelen
De vreemdeling, woonachtig in Guyana, verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf op grond van gezinsvorming met haar echtgenoot die sinds 2000 in Curaçao verblijft. De minister van Justitie weigerde de aanvraag omdat niet was aangetoond dat de vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt, zoals vereist volgens de Landsverordening toelating en uitzetting (LTU).
De vreemdeling stelde dat het beleid inzake gezinsvorming onjuist was toegepast en dat de inkomenseis niet op haar van toepassing was omdat zij zelf om toelating verzocht. Ook voerde zij aan dat de termijn van één jaar voor het indienen van de aanvraag buiten toepassing moest worden gelaten wegens strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het Hof verwierp deze bezwaren en oordeelde dat het aan de vreemdeling was om aannemelijk te maken dat zij aan de inkomenseis voldeed, hetgeen niet was gebeurd.
Het Hof overwoog verder dat de weigering geen inmenging in het recht op gezinsleven oplevert, omdat de vreemdeling geen objectieve belemmeringen voor gezinsleven in haar land van herkomst had aangetoond. Het belang van het land bij een restrictief toelatingsbeleid woog zwaarder dan het belang van de vreemdeling bij verblijf in Curaçao.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd, met een verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning bevestigd.