Uitspraak
a. houden van verblijf op Curaçao in een verblijfsaccommodatie tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet in het bevolkingsregister van Curaçao staan ingeschreven;
b. beschikbaar houden van ruimten in een onroerend goed of in een gedeelte daarvan door middel van time sharing ten behoeve van het verblijf van personen.
Ingevolge artikel 3, eerste lid, is de belastingplichtige degene die gelegenheid biedt tot het verblijf in een verblijfsaccommodatie.
Ingevolge artikel 6, eerste lid, is deze belasting verschuldigd op het tijdstip dat de logeergast de verblijfsaccommodatie tot zijn beschikking heeft.
Ingevolge artikel 7, eerste lid, verstrekt de heffende instantie jaarlijks de voor het belastingjaar benodigde aangiftebiljetten aan de belastingplichtigen en aan hen, van wie zij vermoedt dat zij over het lopende belastingjaar belastingplichtig zijn.
Ingevolge het tweede lid is de belastingplichtige verplicht de logeergastenbelasting die hij over een tijdvak van een kalendermaand verschuldigd is binnen vijftien dagen na het einde van die maand middels het daartoe bestemde formulier op aangifte te voldoen. De aangifte wordt onder gelijktijdige voldoening van de verschuldigde belasting gedaan bij de innende instantie.
Ingevolge artikel 8 wijst Pro het bestuurscollege bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, de instanties aan die met de heffing en inning van de logeergastenbelasting zijn belast.
Ingevolge artikel 9, eerste lid, voor zover thans van belang, kan de heffende instantie, indien de logeergastenbelasting geheel of gedeeltelijk niet binnen de voorgeschreven tijd is voldaan, de te weinig voldane logeergastenbelasting naheffen door middel van een naheffingsaanslag, op te leggen ten name van de belastingplichtige.
Ingevolge artikel 2 van Pro de Eilandsverordening vrijstelling logeergastenbelasting wordt aan een vergunninghouder die een internationale hotelketen heeft aangetrokken, op daartoe strekkend verzoek door het Bestuurscollege vrijstelling van de verplichting tot het voldoen van de verschuldigde logeergastenbelasting verleend in verband met het verrichten van hotelinvesteringen.
In het hoger beroep van CTDF
Het Gerecht heeft Chogogo voorts, laatstelijk bij brief van 29 juli 2011, tot en met 5 september 2011 uitstel gegeven voor het aanvullen van de gronden van het beroep. Chogogo heeft de gronden binnen de aldus gestelde termijn aangevuld. Het Gerecht heeft deze aanvulling terecht niet buiten beschouwing gelaten.
In het hoger beroep van Chogogo
In de memorie van toelichting bij de Eilandsverordening vrijstelling logeergastenbelasting wordt het volgende als reden voor het verlenen van vrijstelling aan internationale hotelketens gegeven:
“Dit beleid inzake het verbeteren van hotelaccommodaties op Curaçao is gericht op het aantrekken en het behouden van internationale hotelketens. Deze hotelketens zijn goed in staat om met de hun ten dienste staande marketingsinstrumenten de naamsbekendheid van Curaçao positief te beïnvloeden. In onderhandelingen met internationale hotelketens is gebleken dat het stimuleringspakket dat noodzakelijk is om Curaçao konkurrentievoordeel te geven op de konkurrentie niet toereikend is. Het onderhavige ontwerp beoogt daarin een verandering te brengen door een aanvullende regeling van vrijstelling van de logeergastenbelasting te introduceren voor een bepaalde duur. Deze bepaalde duur is relevant omdat hiermee besluitvorming versneld kan worden. Het hotel draagt in dit geval geheel geen logeergastenbelasting af maar de belastinggelden worden weer in het hotel geherinvesteerd. In dit geval dienen wel strikte afspraken gemaakt te worden over de voorwaarden verboden aan de vrijstelling. Bovendien wordt ervoor gezorgd dat de logeergastenbelasting aangewend wordt om een stimulans te geven aan noodzakelijke investeringen betrekking hebbende op uitbreiding of verbetering van de hotelaccommodatie.”
Nog daargelaten dat vrijstelling uitsluitend door het Bestuurscollege krachtens artikel 2 van Pro de Eilandsverordening vrijstelling logeergastenbelasting kan worden verleend en zodanige beschikking bij het Gerecht niet ter toets stond, geeft het in beroep aangevoerde, voor zover die verordening in een ongelijke behandeling voorziet, gelet op de in de memorie van toelichting weergegeven achtergrond daarvan, grond voor het oordeel dat de keuze van de wetgever van redelijke grond is ontbloot, noch voor het oordeel dat deze ongelijke behandeling disproportioneel is om dat doel te bereiken.
verklaarthet door de stichting Curaçao Tourism Development Foundation ingestelde hoger beroep
gegronden het door Chogogo Resort Curaçao N.V. ingestelde hoger beroep
ongegrond;
vernietigtde uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 9 november 2012 in zaak nr. Lar 2011/48537;
verklaarthet in die zaak bij het Gerecht ingestelde beroep
ongegrond.
de griffier,
voor deze,