ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ9198
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot stiefouderadoptie wegens twijfel over vervulling ouderschapsrol door biologische ouder
In deze zaak stond een verzoek tot stiefouderadoptie centraal, waarbij de echtgenoot van de moeder het kind wilde adopteren. Het Hof bevestigde de eerdere afwijzing van het verzoek door het Gerecht in eerste aanleg. De kern van het oordeel was dat niet vaststond dat het kind niets meer van zijn biologische vader te verwachten had, een vereiste volgens artikel 1:227 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek BES.
Het Hof baseerde zich op de wettelijke toelichting die stelt dat het criterium niet alleen ziet op feitelijke contacten, maar op de vraag of de biologische ouders nog inhoud kunnen geven aan het ouderschap. Het kind had dagelijks contact met een halfbroer uit de nieuwe relatie van de vader en toonde enthousiasme over mogelijke bezoeken van de vader. Ook een brief van de vader toonde zijn betrokkenheid.
Hoewel de moeder stelde dat het kind en de vader nauwelijks in gezinsverband hadden samengeleefd, ging het Hof ervan uit dat er twijfel bestond over het vervullen van de ouderrol door de vader. De stiefvader kon daardoor niet voldoen aan de voorwaarde dat het kind niets meer van zijn biologische ouder te verwachten heeft. Het belang van het kind bij het behoud van de biologische ouderrelatie woog zwaarder dan het belang van de stiefouderadoptie.
Het Hof besloot daarom de bestreden beschikking te bevestigen en zag af van een kostenveroordeling vanwege de aard van de procedure.
Uitkomst: Het verzoek tot stiefouderadoptie wordt afgewezen omdat niet vaststaat dat het kind niets meer van zijn biologische vader te verwachten heeft.