ECLI:NL:OGHACMB:2013:CA0496
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en vaststelling alimentatieverplichting man na werkloosheid en inkomenswijziging
In deze zaak staat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw centraal. De man was gedurende een periode werkloos en beschikte niet over inkomen, waardoor zijn vermogen grotendeels is geslonken. Het hof stelt vast dat het niet redelijk is dat hij in die periode meer op zijn vermogen heeft ingeteerd dan daadwerkelijk is gebeurd. Daarom wordt de alimentatie over de periode van 1 juli 2011 tot 1 februari 2012 vastgesteld op het door de man daadwerkelijk betaalde bedrag.
Vanaf februari 2012 heeft de man een netto-inkomen van NAF 12.000 per maand, met maandelijkse lasten waaronder huur en pensioenbijdrage. De vrouw heeft een netto-inkomen van NAF 2.500 en is eigenaar van de voormalige echtelijke woning. Het hof acht een maandelijkse alimentatiebijdrage van NAF 1.250 passend en rechtvaardig, met de mogelijkheid voor de man om de achterstand in termijnen van NAF 250 in te halen.
Het verzoek van de man om limitering van zijn alimentatieplicht wordt afgewezen, omdat rechterlijke limitering in principe een definitief karakter heeft en hoge motiveringseisen stelt. Er is geen voldoende zekerheid dat toekomstige omstandigheden een verlaging rechtvaardigen. De wettelijke limitering van rechtswege is van toepassing, waarbij partijen zich binnen twaalf jaar tot de rechter kunnen wenden bij wijziging van omstandigheden.
De bestreden beschikking wordt vernietigd en het hof bepaalt de alimentatieverplichting opnieuw conform de hierboven genoemde voorwaarden. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot limitering van de alimentatieplicht af en stelt de alimentatie vast op NAF 1.250 per maand vanaf februari 2012 met inhaaltermijnen voor de achterstand.