ECLI:NL:OGHACMB:2014:42
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vliegenplaag door afvalverwerking nabij strand Kokomo
In deze zaak is het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep geconfronteerd met een geschil tussen strandexploitant Kokomo en afvalverwerkingsbedrijf Selikor over een vliegenplaag. Kokomo stelde dat de vliegenplaag op haar strand het gevolg was van onrechtmatige hinder door de wijze waarop Selikor afval op de stortplaats Malpais beheerde.
De rechtbank in eerste aanleg had Selikor bevolen het afval binnen 24 uur af te dekken en kadavers direct te begraven, met dwangsommen bij niet-naleving. Selikor kwam hiertegen in hoger beroep en vorderde volledige afwijzing van Kokomo's eisen. Kokomo verzocht bevestiging van het vonnis en een voorschot op schadevergoeding.
Het Hof oordeelde dat het voldoende aannemelijk is dat de vliegen afkomstig waren van Malpais en dat de hinder onrechtmatig is. De bevelen sluiten aan bij Selikor's eigen normen. Echter, het Hof vernietigde het vonnis voor zover dwangsommen waren opgelegd, omdat Selikor zich inspande om aan haar normen te voldoen en er toezicht was. De vordering tot voorschot op schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Het Hof bevestigde het vonnis voor het overige, wees de vermeerderde eis af en veroordeelde Selikor in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt onrechtmatige hinder door Selikor maar vernietigt de opgelegde dwangsommen wegens inspanningen en toezicht.