ECLI:NL:OGHACMB:2015:2

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 januari 2015
Publicatiedatum
4 februari 2015
Zaaknummer
Ghis 69342 – H 354/14
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 2 lid 1 onder b Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomstenArtikel 5 Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomstenArtikel 7 Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomstenArtikel 34 lid 2 Landsverordening voortgezet onderwijsArtikel 35 lid 1 Landsverordening voortgezet onderwijs
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking over arbeidsovereenkomst rector Radulphus College en terugbetaling salaris

De stichting R.K. Centraal Schoolbestuur stelde hoger beroep in tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao betreffende de arbeidsovereenkomst van [M], rector van het Radulphus College. De stichting had de arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 augustus 2014 en vorderde onder meer terugbetaling van salaris.

Het geschil draaide om de vraag of de rector onder de uitzondering van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten valt voor onderwijzend en docerend personeel. Het Gerecht in eerste aanleg had dit ontkennend beantwoord, maar het Hof oordeelde dat de rector als leidinggevende met docentenbevoegdheid wel onder deze uitzondering valt.

Het Hof stelde vast dat de wetgever de rector primair als deel van het docentencorps ziet en dat het bijzonder onderwijs, mede vanwege godsdienstvrijheid, beschermd wordt tegen sociaal-economische maatregelen. De rector die geen docerende taken verricht, valt desalniettemin onder deze bescherming.

Daarom vernietigde het Hof de bestreden beschikking, wees het tegenverzoek van [M] af en veroordeelde hem tot terugbetaling van het salaris dat hij onverschuldigd had ontvangen over de periode 1 augustus tot en met 28 december 2014. Tevens werd [M] veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de zijde van de stichting.

Uitkomst: De beschikking wordt vernietigd en [M] wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigd salaris over augustus tot december 2014.

Uitspraak

Registratienrs. Ghis 69342 – H 354/14
Uitspraak: 27 januari 2015 (bij vervroeging)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Beschikking in de zaak van:
De stichting STICHTING R.K. CENTRAAL SCHOOLBESTUUR,
gevestigd in Curaçao, in dezen woonplaats gekozen hebbende ten kantore van haar gemachtigde,
hierna te noemen: de stichting,
oorspronkelijk verzoekster, thans appellante,
gemachtigde: mr. S.M. Saleh,
tegen
[M],
wonende in Curaçao,
hierna te noemen: [M],
oorspronkelijk verweerder, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. L.N. Asjes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (GEA) wordt verwezen naar de tussen partijen in de zaak met EJ nummer 69342 van 2014 gewezen en op 5 september 2014 uitgesproken beschikking, aangevuld bij aanvullende beschikking van 18 september 2014. De inhoud van die beschikkingen geldt als hier ingevoegd.
1.2.
De stichting heeft in een op 17 oktober 2014, dus tijdig, ingekomen beroepschrift, met producties, hoger beroep ingesteld van voornoemde beschikking. Hierin heeft zij haar hoger beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en de verzoeken van [M] zal afwijzen dan wel zal matigen tot nihil, met veroordeling van [M] in de kosten van beide instanties.
1.3. [
[M] heeft in een verweerschrift, met producties, het hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van de bestreden beschikking, met veroordeling van de stichting in de werkelijke advocatenkosten van het hoger beroep.
1.4.
Bij fax van 29 december 2014 heeft de stichting een ‘akte wijziging van eis’, met producties, ingezonden, waarbij zij aanvullend heeft geconcludeerd dat het Hof [M] zal veroordelen het door hem ontvangen salaris van NAf 9.184,= per maand over de periode 1 augustus 2014 tot en met 28 december 2014, dan wel enig ander bedrag, terug te betalen
1.5.
Op 6 januari 2015 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen zijn verschenen, vergezeld van hun gemachtigden. De gemachtigden hebben gepleit aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen.
1.6.
Beschikking is bij vervroeging bepaald op heden.

2.Beoordeling

2.1. [
[M], geboren [ ] 1951, heeft als gepensioneerde gewerkt voor de stichting als rector van het Radulphus College (HAVO/VWO). Volgens de stichting heeft zij bij standaardbrief van 21 februari 2014 (productie 5 bij inleidend verzoekschrift) de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van het einde van het schooljaar 2013/2014 (1 augustus 2014). Volgens de stichting heeft zij bij brief van 9 juli 2014 voor zover nodig opnieuw de arbeidsovereenkomst opgezegd.
2.2.
Het kan, gelet op de stukken, [M] niet zijn ontgaan dat in de standaardbrief van 21 februari 2014 sprake was van een opzegging van de dienstbetrekking en dat daarvan in zijn geval de grond was dat een nieuwe rector gevonden was. Volgens [M] heeft hij, indien sprake was van een opzegging, deze tijdig , ingevolge artikel 5 in Pro verbinding met artikel 7 van Pro de
Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten, vernietigd omdat geen toestemming was gegeven door de Directeur Sector Arbeid van het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn. De stichting heeft betoogd dat de
Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomstenniet van toepassing is in dit geval.
2.3.
Artikel 2, aanhef en onder b, van de
Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomstenluidt:
Deze landsverordening is niet van toepassing op de arbeidsovereenkomst van:
(…)
b. onderwijzend en docerend personeel, werkzaam bij onderwijsinrichtingen, staande onder beheer van een natuurlijk of rechtspersoon.
2.4.
Deze bepaling is letterlijk gelijk aan artikel 2 lid 1 aanhef Pro en onder b van het Nederlandse
Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945(BBA).
2.5.
De vraag is of [M] als rector van het Radulphus College tot de categorie ‘onderwijzend en docerend personeel’ moet worden gerekend. Het GEA heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Hiertegen richt zich het hoger beroep van de stichting terecht.
2.6.
Artikel 34 lid Pro 2, tweede en derde volzin, van de
Landsverordening voortgezet onderwijsluidt:
Tot rector of directeur is slechts benoembaar hij die met inachtneming van artikel 35, eerste lid, kan worden benoemd tot leraar in een van de vakken die aan de school worden onderwezen. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag met goedkeuring van de minister afwijken van het bepaalde in de vorige volzin.
2.7.
De wet vereist derhalve dat in beginsel de rector de bevoegdheid tot doceren heeft. Een ‘manager’ zonder deze bevoegdheid is in beginsel niet benoembaar. Hieruit valt af te leiden dat de wetgever de rector in beginsel ziet als deel uitmakend van het docentencorp en als een leidinggevende die direct betrokken is bij het onderwijs.
2.8.
De rector en – naar [M] ter zitting van het Hof heeft verklaard – ook de conrectoren van het Radulphus College verrichten, anders dan in het verleden het geval was, geen docerende taken, ook niet als invaller. Zij kunnen dat wel doen en niet valt uit te sluiten dat op sommige andere scholen (waaronder particuliere kleine scholen) de rector of het hoofd ook daadwerkelijk, zij het in beperkte mate, docerende taken vervult.
2.9.
Voorts moet worden aangenomen, gelet op HR 19 oktober 1979, NJ 1980, 57, dat bij het opnemen van artikel 2, aanhef en onder b, van de
Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomstenmede de wens heeft voorgezeten het onderwijs – in ruime zin waarin deze term in artikel 21 van Pro de Staatsregelingart. 208 (vrijheid van onderwijs) wordt gebezigd – te ontzien, in dier voege dat de wetgever met de in de
Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomstenvervatte sociaal-economische maatregelen niet heeft willen raken aan de sfeer van het onderwijs.
2.10.
Dit geldt vooral voor het bijzonder onderwijs, aangezien de leerkrachten in het openbaar onderwijs reeds vallen onder de uitzondering van artikel 2, onder a, (werknemers bij een publiekrechtelijk lichaam). Voor bijzondere scholen op godsdienstige grondslag, zoals het Radulphus College, is mede betrokken de godsdienstvrijheid.
2.11.
Met de wens van de wetgever om niet te raken aan de sfeer van het onderwijs zou niet stroken de rector, die als leidinggevende direct betrokken is bij het onderwijs, van de draagwijdte van de bepaling uit te sluiten.
2.12.
De overige door de stichting voorgedragen middelen behoeven geen behandeling meer. De bestreden beschikking moet worden vernietigd.
2.13.
Het door de stichting ter voldoening van de vernietigde beschikking betaalde geldt als onverschuldigd betaald. In hoger beroep kan de stichting, teneinde een executoriale titel te verkrijgen, veroordeling tot terugbetaling vragen (artikel 282a Rv, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad, laatstelijk HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3678).
2.14. [
[M] dient de kosten van de stichting in beide instanties gevallen te dragen.

3.Beslissing

Het Hof:
- vernietigt de bestreden beschikking, en opnieuw rechtdoende:
- wijst het zelfstandig tegenverzoek van [M] af;
- veroordeelt [M] tot terugbetaling van hetgeen de stichting ter voldoening van de vernietigde beschikking heeft voldaan, te weten het salaris van NAf 9.184,= per maand over de periode 1 augustus 2014 tot en met 28 december 2014;
- veroordeelt [M] tot betaling van de proceskosten van deze procedure aan de zijde van de stichting gevallen en tot op heden begroot voor de eerste aanleg op NAf 750,= aan gemachtigdensalaris en NAf 450,= aan verschotten en voor het hoger beroep op NAf 5.100,= aan gemachtigdensalaris en NAf 900,= aan verschotten.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, F.J. Lourens en V.P. Maria, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2015 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.