ECLI:NL:OGHACMB:2015:22

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
30 november 2015
Zaaknummer
HLAR 62046/14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding na toekenning ouderdomspensioen

Appellante stelde beroep in tegen een beschikking van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) die haar een ouderdomspensioen toekende per 1 januari 2010. De SVB had haar bezwaar tegen deze beschikking niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellante eveneens niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Appellante voerde in hoger beroep aan dat de termijnoverschrijding niet aan haar kon worden tegengeworpen vanwege overmacht, omdat zij tweemaal in het ziekenhuis was opgenomen en pas een week na het einde van de beroepstermijn het beroepschrift had ingediend op advies van haar raadsman. Het hof oordeelde echter dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij het beroepschrift zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden had ingediend en dat de niet-ontvankelijkverklaring dwingend was voorgeschreven.

Het hof bevestigde daarom de uitspraak van het Gerecht en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak werd behandeld op 26 augustus 2015 en het vonnis werd uitgesproken op 9 oktober 2015.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens termijnoverschrijding wordt bevestigd.

Uitspraak

HLAR 62046/14
Datum uitspraak: 9 oktober 2015
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[Appellante], wonend in Nederland,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van
11 november 2011, in zaaknr. Lar 2013/62046, in het geding tussen:
appellante
en
de Sociale Verzekeringsbank Curaçao (hierna: de SVB)

Procesverloop

Bij beschikking van 23 oktober 2010 heeft de SVB aan appellante met ingang van 1 januari 2010 een ouderdomspensioen toegekend.
Bij beschikking van 20 november 2012 heeft de SVB het daartegen door appellante gemaakte bezwaar niet‑ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 11 november 2014 heeft het Gerecht het daartegen door appellante ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van een beroepschrift.
Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 augustus 2015. Appellante is verschenen, vergezeld door haar zorgverlener […]. De SVB heeft zich laten, vertegenwoordigen door mr. M. Bonafasia.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) wordt het beroepschrift ingediend binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven, of geldt als geweigerd.
Ingevolge het tweede lid geldt als de dag waarop de beschikking is gegeven, de dag waarop deze is verzonden of uitgereikt.
Ingevolge het derde lid blijft, wanneer het beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
2. Appellante betoogt dat het Gerecht de termijnoverschrijding voor het indienen van het beroepschrift ten onrechte niet verschoonbaar heeft geacht. Daartoe voert zij aan dat het niet tijdig instellen van het beroep haar niet kan worden tegengeworpen omdat sprake is van overmacht. Zij was in die periode tot tweemaal toe in het ziekenhuis opgenomen. Na haar ontslag uit het ziekenhuis heeft zij op advies van haar toenmalige raadsman besloten om het beroep één week na einde van de beroepstermijn in te dienen. Appellante heeft ook aangevoerd dat zij ernstig in haar belangen is getroffen doordat het Gerecht de zaak niet inhoudelijk heeft behandeld.
2.1.
De beschikking op bezwaar is op 20 november 2012 aan appellante verzonden. Ter zitting heeft appellante voorts bevestigd die beschikking op 30 november 2012 te hebben ontvangen. De termijn voor het instellen van beroep bij het Gerecht is op 21 november 2012 aangevangen en op 3 januari 2013 geëindigd. Appellante heeft het beroepschrift op 18 januari 2013 en dus niet binnen de termijn ingediend. De door appellante naar voren gebrachte omstandigheden leiden het Hof niet tot het oordeel dat zij het beroepschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden. Op grond daarvan kan niet worden aangenomen dat appellante niet in de gelegenheid is geweest om ten minste op nader aan te vullen gronden tijdig beroep in te stellen. Dat appellante door de aangevallen uitspraak ernstig in haar belangen is getroffen, is geen omstandigheid die tot het oordeel kan leiden dat het Gerecht het beroep ten onrechte wegens termijnoverschrijding niet‑ontvankelijk heeft verklaard. Die niet-ontvankelijkverklaring is immers dwingend voorgeschreven.
Het betoog faalt.
3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. T.G.M. Simons, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.B. de Haseth, griffier.
w.g. Van der Poel
voorzitter
w.g. De Haseth
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2015
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,