ECLI:NL:OGHACMB:2015:35

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
30 november 2015
Zaaknummer
HLAR 73941/15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 LarArt. 53 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervulde beschikking taxivergunning

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om het treffen van een voorziening bij het niet opvolgen van een eerdere uitspraak waarin de minister werd opgedragen binnen drie maanden te beslissen op zijn bezwaar tegen het uitblijven van een beschikking op zijn aanvraag voor een taxivergunning.

Tijdens de procedure heeft de minister alsnog een beschikking genomen op het bezwaar van appellant, waarmee is voldaan aan de eerdere rechterlijke uitspraak. Hierdoor ontbreekt het appellant aan belang bij het voortzetten van het hoger beroep.

Het Hof oordeelt dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis is uitgesproken door drie rechters en griffier op 9 oktober 2015.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister inmiddels een beschikking heeft genomen.

Uitspraak

HLAR 73941/15
Datum uitspraak: 9 oktober 2015
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[Appellant], wonend in Aruba,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 13 april 2015 in zaak nr. Lar 2300 van 2014 op het verzoek om het treffen van een voorziening bij het geen gevolg geven aan een uitspraak (artikel 53, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak) van:
appellant.

Procesverloop

Bij uitspraak van 18 september 2013, in zaak nr. Lar 634 van 2013, heeft het Gerecht het door appellant tegen het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek van appellant van 27 september 2012 om hem een taxivergunning te verlenen gemaakte bezwaar ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en bepaald dat de minister binnen drie maanden op het aldus gemaakte bezwaar beschikt.
Bij brief van 30 september 2014 heeft appellant het Gerecht verzocht op straffe van een dwangsom te bepalen dat de minister aan die uitspraak gevolg geeft.
Bij uitspraak van 13 april 2015 heeft het Gerecht dat verzoek afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 augustus 2015, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. A.F.J. Caster, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.L. Ras-Orman, werkzaam in dienst van het land, zijn verschenen.
Overwegingen
Ingevolge artikel 51, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar), voor zover thans van belang, neemt het bestuursorgaan, indien de uitspraak tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing strekt, zo spoedig mogelijk een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak van de rechter.
Ingevolge artikel 53, eerste lid, kan de wederpartij, indien het bestuursorgaan daaraan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet, bij het Gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land, dan wel om het bestuursorgaan te verplichten alsnog aan de uitspraak gevolg te geven.
Ter zitting heeft de minister een beschikking van 27 augustus 2015 overgelegd, waarbij op het door appellant tegen het uitblijven van een beschikking op zijn verzoek van 27 september 2012 om hem een taxivergunning te verlenen gemaakte bezwaar is beschikt. Aldus heeft de minister voldaan aan hetgeen hem bij de uitspraak van het Gerecht van 18 september 2013, in zaak nr. Lar 634 van 2013, is opgedragen. Onder deze omstandigheden, heeft appellant geen belang bij het hoger beroep in deze procedure, die betrekking heeft op het niet voldoen aan het geven van een nieuwe beschikking met inachtneming van de uitspraak van de rechter en tot inzet had dat die beschikking werd gegeven. Het hoger beroep dient om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.
Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.B. de Haseth, griffier.
w.g. Van der Poel
voorzitter
w.g. De Haseth
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2015
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,