Uitspraak
[geïntimeerde],
[geïntimeerde],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Nabestaanden van een persoon die door het arrestatieteam van het Korps Politie Aruba is gedood, vorderden schadevergoeding van het Land Aruba. De rechtbank had het Land veroordeeld tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. Het Land ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het Hof overweegt dat op grond van de strafvorderlijke bepalingen in Aruba (art. 178-192 Sv-A) een civiele vordering tot schadevergoeding wegens schade veroorzaakt door toepassing van strafvorderlijke dwangmiddelen is uitgesloten. Dit geldt ook wanneer de schade is geleden door nabestaanden van de overledene, niet alleen door de beschotene zelf.
Het Hof verwijst naar een vergelijkbare uitspraak van de Hoge Raad in een Curaçaose zaak waarin werd bevestigd dat de regeling een ruim toepassingsbereik heeft en civiele vorderingen uitsluit omdat de strafvordering zelf de schadevergoeding regelt. Het verzoek van het Land tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen. De zaak wordt verwezen voor nadere behandeling van de juridische vraagstukken.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat de civiele vordering tot schadevergoeding door nabestaanden wegens politieoptreden is uitgesloten op grond van de strafvorderlijke regeling.