ECLI:NL:OGHACMB:2015:72
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Saleh
- D. Radder
- V.P. Maria
- Rechtspraak.nl
Advies over toelaatbaarheid uitlevering aan Verenigde Staten op grond van uitleveringsverdrag
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bracht op 3 september 2015 een advies uit aan de Gouverneur van Curaçao over de toelaatbaarheid van de uitlevering van een persoon aan de Verenigde Staten. Het verzoek tot uitlevering was gebaseerd op het uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten en de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
Tijdens de procedure werd het verzoek met gesloten deuren behandeld. De raadsman van de opgeëiste persoon voerde aan dat uitlevering ontoelaatbaar is wegens een reeds voltooide en dreigende flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro, mede vanwege onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal. Het Hof volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en oordeelde dat het niet bevoegd is om de rechtmatigheid van de bewijsgaring in de Verenigde Staten te toetsen.
Het Hof concludeerde dat de stukken voldoen aan de formele eisen van het uitleveringsverdrag en het uitleveringsbesluit, en dat er geen sprake is van een zodanig risico op flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro dat uitlevering moet worden geweigerd. Verzoeken tot nader onderzoek en het horen van getuigen werden afgewezen. Het Hof adviseerde de Gouverneur om tot uitlevering over te gaan.
Uitkomst: Het Hof adviseert de Gouverneur van Curaçao om over te gaan tot uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten.