ECLI:NL:OGHACMB:2015:73
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Saleh
- D. Radder
- Rechtspraak.nl
Advies over toelaatbaarheid uitlevering opgeëiste persoon aan Verenigde Staten
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bracht op 3 september 2015 advies uit over het uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten van Amerika betreffende een persoon geboren in Curaçao. Het verzoek was gebaseerd op het Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten en de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
De procedure omvatte een eerdere vernietiging van het advies door de Hoge Raad, waarna het Hof opnieuw het verzoek beoordeelde. De verdediging voerde aan dat sprake was van een voltooide en dreigende flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro, mede vanwege de wijze van bewijsvergaring in de Verenigde Staten en het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen na uitlevering.
Het Hof oordeelde dat het verzoek en de stukken aan de formele vereisten voldeden en dat de identiteit van de opgeëiste persoon vaststond. Het ging niet in op de inhoudelijke beoordeling van de vermeende schending van artikel 6 EVRM Pro, omdat dit volgens de jurisprudentie aan de Gouverneur is. Ook concludeerde het Hof dat er geen voldoende aanwijzingen waren voor een dreigend risico op flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro.
De verzoeken van de raadsman tot nader onderzoek en het horen van getuigen werden afgewezen omdat deze betrekking hadden op de rechtmatigheid van bewijsgaring, wat niet aan het Hof toekomt. Het Hof adviseerde uiteindelijk om tot uitlevering over te gaan, aangezien geen belemmeringen voor uitlevering waren vastgesteld.
Uitkomst: Het Hof adviseert de Gouverneur van Curaçao om de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toe te staan.