Uitspraak
[GEÏNTIMEERDE 1],
[GEÏNTIMEERDE 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak stond de uitleg van een intentieverklaring en de rol van een makelaar centraal. Het Hof oordeelde dat partijen overeenstemming hadden bereikt over de intentieverklaring, waarbij de koper het recht had een ontbindende financieringsvoorwaarde in de koopovereenkomst op te nemen. De makelaar trad slechts als bode op en had geen volmacht om partijen te binden.
De appellant stelde dat de koper afstand had gedaan van dit recht, mede op basis van voorstellen van de makelaar en e-mailcorrespondentie. Het Hof verwierp dit omdat de makelaar geen vertegenwoordigingsbevoegdheid had en er geen concrete aanwijzingen waren dat de koper afstand had gedaan. Ook een aanbetaling en het ontbreken van een financieringsclausule in een conceptkoopovereenkomst waren onvoldoende om afstand te bewijzen.
De koper had de koop geannuleerd wegens afwijzing van de financieringsaanvraag, wat gelet op het overeengekomen recht niet onaanvaardbaar was. De appellant kon onvoldoende onderbouwen dat de koper misleidend had gehandeld. Het Hof bevestigde het eerdere vonnis en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis van eerste aanleg en wijst het hoger beroep van appellant af.