ECLI:NL:OGHACMB:2017:149
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- G.C.C. Lewin
- M.C.B. Hubben
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Beschikking over bezwaarschrift tegen dagvaarding in fiscale strafzaak
De verdachte werd gedagvaard voor fiscale delicten en diende een bezwaarschrift in tegen deze dagvaarding. Het Hof behandelde het bezwaarschrift en onderzocht of de vervolging onverenigbaar was met een goede procesorde of dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De verdediging voerde aan dat het onderzoek op onjuiste gronden was gestart, dat het dossier onvolledig was en dat het openbaar ministerie onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door publieke negatieve uitlatingen en het niet respecteren van artikel 55 van Pro de Algemene landsverordening Landsbelastingen. Het Hof oordeelde dat het openbaar ministerie bevoegd is tot vervolging en dat slechts in uitzonderlijke gevallen niet-ontvankelijkheid kan worden uitgesproken, wat hier niet aannemelijk was.
Daarnaast stelde de verdediging dat de verdachte niet opzettelijk onjuiste aangiften had gedaan, omdat een pleitbare uitleg van het fiscale recht mogelijk was. Het Hof concludeerde dat het niet hoogst onaannemelijk was dat de strafrechter een deel van de tenlastelegging bewezen zal verklaren, mede gelet op het gebruik van pensioenfondsmiddelen voor consumptieve doeleinden.
Het Hof verwierp het primaire standpunt van de verdediging en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond. De verdachte wordt niet buiten vervolging gesteld en het openbaar ministerie blijft ontvankelijk. De beschikking werd gegeven door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof, waarbij één lid niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de dagvaarding wordt ongegrond verklaard en het openbaar ministerie blijft ontvankelijk.