Uitspraak
HET LAND ARUBA,
ARUBA BANK N.V.,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba vernietigd en de vordering van Aruba Bank afgewezen. Het geschil betrof de vraag of de aanslag winstbelasting was verjaard en of de procedure van Aruba Bank ontvankelijk was.
Het Hof overwoog dat het aangekondigde executoriale beslag niet was gelegd, waardoor de verzetprocedure zoals bedoeld in artikel 4 van Pro de Landsverordening Dwanginvordering niet aan de orde was. Het Land Aruba stelde dat Aruba Bank niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat zij het verzet niet binnen de voorgeschreven termijn had gevolgd met een geding tegen de Ontvanger, maar het Hof verwierp deze stelling.
Verder oordeelde het Hof dat het enkele verzoek om uitstel van betaling geen erkenning van de schuld is en dus niet stuitend werkt op de verjaring. Wel werd geoordeeld dat het verleende uitstel van betaling door de Ontvanger op 12 februari 2011 de verjaring heeft gestuit, waardoor de aanslag niet verjaard is. De vordering van Aruba Bank werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het bestreden vonnis en wijst de vordering van Aruba Bank af wegens stuiting van de verjaring door uitstel van betaling.