Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
Article 11
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
KLM en WWSP sloten een overeenkomst voor beveiligingsdiensten op Hato Airport, gebaseerd op de IATA Standard Ground Handling Agreement met diverse annexen. KLM zegde de overeenkomst op met een brief van 3 oktober 2014, waarin een opzegtermijn van zestig dagen werd genoemd. WWSP stelde dat een kortere termijn van dertig dagen van toepassing was en dat KLM daardoor schadeplichtig was.
Het Hof onderzocht de contractuele bepalingen en concludeerde dat, gelet op de samenhang van de Main Agreement, Annex A en Annex B, de opzegtermijn van zestig dagen geldt. Tevens werd vastgesteld dat de brief via DHL op 7 oktober 2014 aan WWSP ter afhaling werd aangeboden, waardoor de opzegtermijn pas vanaf die datum kon ingaan.
Het Hof verwierp het standpunt van WWSP dat een langere opzegtermijn dan zestig dagen redelijk was en oordeelde dat WWSP als professionele partij het ondernemersrisico draagt. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen. Het Hof gelastte een getuigenverhoor om tegenbewijs te leveren over de ontvangst van de brief en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het Hof bepaalt dat de opzegtermijn van zestig dagen geldt en draagt WWSP tegenbewijs op over de ontvangst van de opzeggingsbrief, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.