Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
5.Beoordeling van het geschil
6.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante, een vennootschap die partner is in en mede leiding geeft aan BDO Tax, diende haar aangifte winstbelasting 2012 niet tijdig in en vroeg geen uitstel aan. Verweerder legde een verzuimboete van NAf 250 op, welke door het Gerecht in eerste aanleg werd gehandhaafd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij geen schuld had omdat zij vertrouwde op de deskundigheid van de aangifteafdeling van BDO Tax en dat de boete niet voorafgegaan was door een aanmaning.
Het Hof oordeelde dat appellante als partner en mede leidinggevende van BDO Tax de bevoegdheid had om direct toe te zien op de aangiftepraktijk en tijdig te controleren of de aangifte was gedaan of uitstel was gevraagd. Appellante heeft dit nagelaten en zonder meer vertrouwd op de medewerkers, waardoor niet kan worden gesteld dat zij alle redelijkerwijs te vergen maatregelen heeft genomen.
Verder stelde het Hof vast dat voor het opleggen van de boete geen aanmaning vereist is bij winstbelasting. De hoogte van de boete is passend en geboden in het kader van normhandhaving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete van NAf 250 wordt bevestigd.