ECLI:NL:OGHACMB:2017:44
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid civiele rechter bij geschil over advocatendeclaratie en taakverdeling bijzondere rechter
In deze zaak is in hoger beroep de bevoegdheid van de civiele rechter aan de orde gesteld om te oordelen over een vordering tot betaling van een advocatendeclaratie. [Appellante] betwistte de hoogte van de declaraties en voerde meerdere verweren, waaronder wanprestatie en reeds gedane betalingen. Het Gerecht in eerste aanleg wees het verstekvonnis toe, maar het Hof overweegt dat de Raad van Toezicht op grond van de Advocatenlandsverordening 1959 primair bevoegd is voor geschillen over declaraties.
Het Hof verwijst naar Nederlandse jurisprudentie en recente ontwikkelingen, waarbij de civiele rechter niet zonder meer bevoegd is om over de toewijsbaarheid van advocatendeclaraties te oordelen als er ook andere geschilpunten zijn. Het Hof acht het passend dat [advocatenkantoor] een begrotingsprocedure start bij de Raad van Toezicht, die deskundig is in deze materie.
De zaak wordt daarom doorgehaald en verdere beslissingen worden aangehouden. Mocht na de begrotingsprocedure een onherroepelijke uitspraak zijn, dan kan de zaak weer op de rol worden geplaatst voor nadere beoordeling door het Hof over de rest van het geschil. Hiermee wordt de taakverdeling tussen bijzondere rechter en civiele rechter duidelijk gemaakt.
Uitkomst: De zaak wordt doorgehaald en verdere beslissing aangehouden, met verwijzing naar de Raad van Toezicht voor een begrotingsprocedure.