ECLI:NL:OGHACMB:2017:5

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 januari 2017
Publicatiedatum
28 maart 2017
Zaaknummer
KG 80519/16 - HAR 1/17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 235 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verdere verkorting van termijnen in spoedappel PDVSA tegen Core Laboratories

PDVSA Petroleum S.A. is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao en heeft verzocht om de wettelijke termijnen in het appelproces verder te verkorten. Saybolt, de tegenpartij, heeft dit verzoek bestreden. Het Hof overweegt dat alleen spoedeisendheid niet voldoende is voor verdere verkorting; er moet sprake zijn van grote spoed. PDVSA heeft aangevoerd dat voortduring van het beslag oplopende kosten veroorzaakt en dat een veiling van de beslagen olieproducten niet ongedaan kan worden gemaakt. Het Hof acht deze gronden onvoldoende, mede omdat PDVSA niet heeft toegelicht waarom andere zekerheidsvormen niet mogelijk zijn. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

De beschikking is gegeven door lid van het Hof G.C.C. Lewin en uitgesproken tijdens een openbare zitting in Curaçao op 10 januari 2017. Het betreft een procedure tussen een Venezolaanse rechtspersoon en een Curaçaose vennootschap, waarbij het Hof de discretionaire bevoegdheid tot termijnverkorting zorgvuldig toepast.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een goede motivering bij verzoeken tot termijnverkorting in spoedeisende procedures en de terughoudendheid van het Hof bij het toekennen daarvan zonder duidelijke noodzaak.

Uitkomst: Het verzoek tot verdere verkorting van de termijnen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van grote spoed.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:
Registratienummer: KG 80519/16 - HAR 1/17
Uitspraak: 10 januari 2017
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
de rechtspersoon naar Venezolaans recht
PDVSA PETROLEO S.A.,
gevestigd in Venezuela,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans appellante,
gemachtigde: mr. W. Princée,
tegen
de naamloze vennootschap
CORE LABORATORIES SALES N.V.,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. A.C. van Hoof.
De partijen worden hierna PDVSA en Saybolt genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij akte van appel van 23 december 2016 is PDVSA in hoger beroep gekomen van het tussen partijen in kort geding gewezen en op
16 december 2016 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: GEA).
1.2
Bij verzoekschrift van 23 december 2016 heeft PDVSA de president verzocht de in art. 235 Rv Pro genoemde termijnen verder te verkorten. Bij brief van 28 december 2016 heeft Saybolt geconcludeerd tot afwijzing van dit verzoek. Op 3 januari 2017 heeft eerst PDVSA en vervolgens ook Saybolt zich bij e-mailbericht over dit verzoek uitgelaten.

2.De beoordeling

2.1
De enkele omstandigheid dat de zaak spoedeisend is en dat daarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, is onvoldoende voor verdere verkorting van de termijnen. Daarvoor is nodig dat sprake is van grote spoed. In gevallen van grote spoed is de president niet verplicht de wettelijke termijnen verder te verkorten. Het betreft een discretionaire bevoegdheid (zie ook GHvJ 19 juni 2009, ECLI:NL:OGHACMB:2009:BJ5850 en GHvJ 1 juni 2011, ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ9010).
2.2
PDVSA heeft ter onderbouwing van de grote spoed aangevoerd
( a) dat voortduring van het beslag oplopende kosten meebrengt, en
( b) dat een eenmaal gehouden veiling van de beslagen olieproducten niet zal kunnen worden "teruggedraaid". Dat is in dit geval onvoldoende. PDVSA heeft in haar verzoek aan de president niets gesteld over de bezwaarlijkheid voor haar om op andere wijze zekerheid te bieden (zie ook rov. 4.10 van het bestreden vonnis).
B E S L I S S I N G
De fungerend president wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C.C. Lewin, lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 10 januari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.