Uitspraak
Het betoog faalt.
Beslissing
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante verzocht om verlening van het Nederlanderschap, maar de minister wees dit verzoek af wegens twijfel over de juistheid van haar persoonsgegevens. Deze twijfel ontstond door het overleggen van meerdere Dominicaanse geboorteakten met verschillende ratificatievonnissen, waarvan één niet kon worden overlegd.
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigt het Hof dat de minister bevoegd is om te eisen dat de verzoeker haar identiteit aantoont met gelegaliseerde en inhoudelijk geverifieerde documenten. De aanwezigheid van twee verschillende ratificatievonnissen wekt twijfel over de authenticiteit van de persoonsgegevens.
Appellante kon niet aantonen dat het oudere ratificatievonnis zoekgeraakt was of dat de vermelding daarvan in de geboorteakte een vergissing betrof. Ook het late indienen van een verklaring hierover werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Het Hof volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat alleen bij conflicterende gegevens of ontbreken van identiteitsvaststellende documenten van de hoofdregel kan worden afgeweken. De minister mocht daarom terecht de juistheid van de persoonsgegevens toetsen en het verzoek afwijzen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot Nederlanderschap bevestigd wegens onvoldoende bewijs van identiteit.