ECLI:NL:RVS:2013:BY9186
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens ontbreken geldig paspoort
De minister heeft bij besluiten van 10 februari 2011 de verzoeken van appellante en haar minderjarige kind om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen. De bezwaar- en beroepsprocedures bij de rechtbank leidden eveneens tot afwijzing. Appellante stelde dat zij niet verplicht was opnieuw een gelegaliseerde geboorteakte te overleggen, omdat deze reeds was ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Tevens voerde zij bewijsnood aan omtrent het overleggen van een Iraaks paspoort, vanwege een verklaring van de Iraakse ambassade dat haar paspoortaanvraag was stopgezet.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht het verzoek heeft afgewezen omdat appellante geen geldig buitenlands paspoort had overgelegd, hetgeen een vereiste is volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap en de bijbehorende Handleiding. De verklaring van de Iraakse ambassade toonde niet aan dat appellante niet meer in het bezit kon worden gesteld van een paspoort. Ook het argument dat de reis naar Irak medisch bezwaarlijk zou zijn, bood geen grond voor vrijstelling. Appellante beschikte over een regulier verblijfsrecht, waardoor zij geacht werd zelf het paspoort te verkrijgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap bevestigd.