ECLI:NL:OGHACMB:2018:11
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor tussentijds hoger beroep tegen tussenvonnis in civiele procedure
Verzoekers hebben bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba verzocht om vergunning voor tussentijds hoger beroep tegen een tussenvonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Het vonnis bevatte een eindvonniscomponent en een tussenvonniscomponent. Verzoekers wilden alleen tegen de tussenvonniscomponent hoger beroep instellen zonder vergunning.
Het Hof oordeelde dat voor hoger beroep tegen een tussenvonnis vergunning nodig is, ook als het vonnis deels een eindvonnis bevat. De vergunning werd verleend vanwege proceseconomische redenen. Omdat de pleitnota met grieven reeds was ingediend, was betekening aan de verweerster niet nodig. Het Hof stelde een termijn van zes weken voor een memorie van antwoord en hield verdere beslissingen aan tot het eindvonnis in hoger beroep.
De beschikking werd uitgesproken op 9 januari 2018 door drie rechters van het Hof in Curaçao, waarbij de griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het Hof verleent vergunning voor tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis en bepaalt verdere procedurele stappen.