Uitspraak
1.[appellante 1],
[appellante 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat de rol van de executeur testamentair in de nalatenschap van wijlen erflaatster 2 centraal. De executeur, tevens partij in het geschil, werd geschorst vanwege een belangenverstrengeling tussen zijn persoonlijke belangen en zijn taak als executeur. De overige erfgenamen vorderden dat hij binnen een termijn rekening en verantwoording aflegt over het beheer van de nalatenschap.
Het Gerecht in eerste aanleg wees op 3 mei 2017 een vonnis waarin de executeur werd geschorst en een vervanger werd benoemd. Tevens werd hem bevolen binnen 30 dagen een uitgebreide verantwoording af te leggen, onder dreiging van dwangsommen. De executeur legde vervolgens stukken over, maar deze werden door de vervanger afgekeurd vanwege vermoedens van onvolledigheid en onjuistheden.
In het hoger beroep stond de uitleg van het vonnis centraal, met name of de executeur reeds volledig rekening en verantwoording moest afleggen over de omvang van de nalatenschap, inclusief de vermeende verzwegen goederen. Het Hof oordeelde dat het bevel beperkt moet worden uitgelegd als een verantwoording over de wijze van taakvervulling als executeur, niet over de omvang van de nalatenschap zelf. De executeur had aan dit bevel voldaan, zodat geen dwangsommen waren verbeurd. De grieven van appellanten werden verworpen en het vonnis van eerste aanleg bevestigd.
Het Hof veroordeelde appellanten in de proceskosten van het hoger beroep en verklaarde de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat de executeur testamentair wordt geschorst en dat hij binnen 30 dagen rekening en verantwoording moet afleggen, met veroordeling van appellanten in de proceskosten.