ECLI:NL:OGHACMB:2018:113

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
28 juni 2018
Zaaknummer
EJ 13/18 - HAR 46/18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 272 RvArt. 429p lid 2 RvArt. 57 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing tenuitvoerlegging arbeidsgeschil sales manager

Pearl Development N.V. is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten waarin zij werd veroordeeld tot betaling van diverse bedragen aan een voormalige sales manager en tot diens terugplaatsing in functie. Pearl verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beschikking of om zekerheidstelling.

Het Hof beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 429p lid 2 Rv, waarbij belangen van partijen worden afgewogen en gekeken wordt of de tenuitvoerlegging klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of tot een noodtoestand leidt. Pearl heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die na de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg zijn ontstaan.

Het Hof oordeelde dat Pearl onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de tenuitvoerlegging zal leiden tot een noodtoestand of dat de beschikking klaarblijkelijk onjuist is. Daarom zijn de verzoeken tot schorsing, zekerheidstelling en ordemaatregel afgewezen. De beschikking is uitgesproken door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 22 juni 2018.

Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging en zekerheidstelling wordt afgewezen.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2018 Beschikking no.:
Registratienummer: EJ 13/18 - HAR 46/18
Uitspraak: 22 juni 2018
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
op de vorderingen tot schorsing, althans zekerheidsstelling
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
PEARL DEVELOPMENT N.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
oorspronkelijk verweerster,
thans appellante,
verzoekster tot schorsing, althans zekerheidsstelling,
gemachtigden: mrs. J. Deelstra en C. Rutte,
tegen
[GEÏNTIMEERDE],
wonende in Sint Maarten,
oorspronkelijk verzoeker,
thans geïntimeerde,
verweerder tegen de vorderingen tot schorsing, althans zekerheidsstelling,
gemachtigde: mr. R.F. Gibson jr.
De partijen worden hierna Pearl en [geïntimeerde] genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij beroepschrift van 29 mei 2018 is Pearl in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen en op 9 mei 2018 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (verder: GEA).
1.2
Bij op 29 mei 2018 ingekomen afzonderlijk verzoekschrift, met producties, heeft Pearl verzocht, samengevat weergegeven, de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking te schorsen, althans aan de tenuitvoerlegging bij voorraad de voorwaarde te verbinden dat [geïntimeerde] zekerheid stelt.
1.3
Bij op 8 juni 2018 ingekomen verweerschrift, met producties, heeft [geïntimeerde] geconcludeerd tot afwijzing van de hiervoor in rov. 1.2 bedoelde verzoeken, met veroordeling van Pearl in de kosten, uitvoerbaar bij voorraad.
1.4
Op 13 juni 2018 heeft [geïntimeerde] aanvullende producties toegezonden.
Op 14 juni 2018 heeft Pearl daartegen bezwaar gemaakt. Op 14 juni 2018 is zijdens [geïntimeerde] op dat bezwaar gereageerd.
1.5
Op 15 juni 2018 hebben partijen pleitnotities ingediend. Beschikking is gevraagd en bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
De vordering op de voet van art. 272 Rv Pro wordt opgevat als een verzoek de schorsing van de werking van de bestreden beschikking te bevelen op de voet van art. 429p lid 2 Rv. Laatstgenoemde bepaling vestigt voor het Hof ook een analoge bevoegdheid aan die van art. 57 Rv Pro voor het geval dat de bestreden uitspraak geen vonnis is, maar een beschikking, zoals hier.
2.2
Bij de beoordeling van een verzoek op de voet van art. 429p lid 2 Rv moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. Hierbij is een belangrijk gezichtspunt dat het GEA het verzoek toewijsbaar heeft geoordeeld, en dat moet worden voorkomen dat het aanwenden van rechtsmiddelen wordt gebezigd als middel om uitstel van executie te verkrijgen. Bij de afweging moet worden uitgegaan van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel in beginsel buiten beschouwing.
Indien het GEA zijn beslissing tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft gemotiveerd, zoals in dit geval, zal de veroordeelde die schorsing van de tenuitvoerlegging wenst, aan zijn vordering feiten en omstandigheden ten grondslag moeten leggen die bij de door het GEA gegeven beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de uitspraak van het GEA hebben voorgedaan, en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken.
2.3
In voorgaand toetsingskader ligt besloten dat het verzoek toegewezen wordt, indien degene die de veroordeling verkreeg, mede gelet op de belangen aan de zijde van de veroordeelde die door de tenuitvoerlegging zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien de ten uitvoer te leggen beschikking klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na deze beschikking voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de veroordeelde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.
2.4
In dit geding heeft het GEA Pearl veroordeeld tot betaling van US$ 82.756,21 aan override component, US$ 113.382,79 aan TO commissie en minimumloon over een bepaalde periode, alles met wettelijke verhoging van maximaal 10% en wettelijke rente, en betaling van gebruikelijk loon vanaf de datum van heropening van het resort, en bevel tot terugplaatsing van [geïntimeerde] in zijn functie van sales manager op straffe van verbeurte van dwangsommen van US$ 1.000,00 per dag met een maximum, met veroordeling van Pearl in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het verzoek van Pearl om dat niet te doen heeft het GEA gemotiveerd afgewezen.
2.5
Pearl heeft aan haar verzoek geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd die zich eerst na de uitspraak van het GEA hebben voorgedaan.
Hetgeen Pearl tegen de overwegingen van het GEA heeft aangevoerd, is onvoldoende voor het oordeel dat de bestreden beschikking klaarblijkelijk op een of meer misslagen berust.
Het Hof wil aannemen dat tenuitvoerlegging bezwaarlijk voor Pearl is, maar onvoldoende is gesteld of gebleken om het oordeel te rechtvaardigen dat tenuitvoerlegging zal leiden tot een noodtoestand bij Pearl en dat dit zo evident is dat het in de beoordelingsmaatstaf figurerende bijwoord "klaarblijkelijk" op zijn plaats is.
2.6
De verzoeken dienen dus te worden afgewezen. Dat geldt ook voor het verzoek om zekerheidsstelling en het verzoek om het treffen van een ordemaatregel.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.C.C. Lewin, F.W.J. Meijer en
J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 22 juni 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.