ECLI:NL:OGHACMB:2018:171
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht bank bij opzegging hypothecaire lening en executie van woning
RBC Royal Bank N.V. is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarin de bank slechts gedeeltelijk in haar vorderingen werd toegewezen. De zaak betreft een hypothecaire geldleningsovereenkomst uit 2009, waarbij de geïntimeerde betalingsachterstanden opliep na verlies van zijn baan in 2013. Ondanks afspraken om achterstanden in te lopen, stopte geïntimeerde met betalingen, wat leidde tot executie en veiling van het huis in 2014.
De kern van het geschil in hoger beroep was of RBC haar bijzondere zorgplicht jegens de cliënt had geschonden door de lening op te zeggen en het huis te veilen, en of dit naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar was. Het hof oordeelde dat de geïntimeerde onvoldoende had gesteld en bewezen om deze stelling te onderbouwen. De betalingsachterstanden waren het gevolg van eigen verzuim en niet van onredelijk handelen van RBC.
Het hof stelde vast dat RBC pas in maart 2014 de hypothecaire lening heeft opgeëist en tot executie is overgegaan, nadat de achterstand aanzienlijk was. De bank had voldoende oog gehad voor de situatie van geïntimeerde en was niet verplicht een betalingsregeling te treffen zolang geïntimeerde niet betaalde. De veiling en invordering van de restschuld waren gerechtvaardigd. Het hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg voor zover de restschuld was afgewezen en veroordeelde geïntimeerde tot betaling van NAf 101.165,70 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: De geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van de restschuld van de hypothecaire lening met rente en proceskosten.