ECLI:NL:OGHACMB:2018:184
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- H.J. Fehmers
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling borg aan huurder na beëindiging huurovereenkomst op Bonaire
De zaak betreft een geschil over de terugbetaling van een borgsom en vergoeding van verbeteringen aan een gehuurd woonhuis op Bonaire. De huurder, appellante, vorderde terugbetaling van de borg en vergoeding van verbeteringen die zij aan het gehuurde had aangebracht. De verhuurder, geïntimeerde, betwistte deze vorderingen.
In eerste aanleg wees het Gerecht de vorderingen van appellante af. In hoger beroep beperkte appellante haar vordering tot de borg en enkele verbeteringen. Het Hof oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd voor de gemaakte afspraken over vergoeding van verbeteringen en dat de stellingen over ongerechtvaardigde verrijking onvoldoende waren onderbouwd.
Het Hof stelde vast dat de borg door appellante was betaald en dat de verhuurder dit slechts wilde verrekenen met een betwiste huurachterstand. Omdat de verhuurder geen aanmaning had gegeven en geen stukken overlegde ter onderbouwing, passeerde het Hof het verrekeningsverweer op grond van artikel 6:136 BW Pro.
Het Hof vernietigde het bestreden vonnis gedeeltelijk en veroordeelde de verhuurder tot terugbetaling van de borg van US$ 782,12, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 december 2016. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van de borg van US$ 782,12 met wettelijke rente vanaf 12 december 2016.