Uitspraak
[vader], hierna te noemen: de vader, zijn de ouders van:
1.Het verloop van de procedure
2.De gronden van het hoger beroep
3.Beoordeling
4.Beslissing
beveelt de plaatsing van het kind bij het pleeggezin alwaar het nu verblijft;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak heeft de Voogdijraad hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba waarin het verzoek tot ontzetting van de moeder van het ouderlijk gezag werd afgewezen. Het kind, geboren in 2016 in Colombia, staat sinds november 2016 onder voorlopige voogdij en is geplaatst in een pleeggezin.
Tijdens de procedure is vastgesteld dat de moeder onvoldoende in staat is om het kind de noodzakelijke zorg, veiligheid en aandacht te bieden. Zij is uit huis gezet door haar moeder, heeft geen geschikte woning, een nieuwe partner met een verleden van drugsgebruik, en weigert een drugstest. Het kind is gehecht aan het pleeggezin en fysiek contact met de moeder verloopt problematisch.
Hoewel ontzetting van het gezag een zware maatregel is, acht het Hof een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing de meest passende oplossing. Dit voorkomt langdurige onzekerheid voor het kind en het pleeggezin. De moeder staat open voor begeleiding, maar verkiest een andere gezinsvoogdijmedewerker. Het Hof bevestigt de eerdere beschikking en beveelt de ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing voor de duur van een jaar, met benoeming van een gezinsvoogd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de afwijzing van ontzetting en legt een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing op voor de duur van een jaar.