ECLI:NL:OGHACMB:2018:215

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
23 oktober 2018
Publicatiedatum
24 december 2018
Zaaknummer
HAR 57/18 MinJ 1713/16 en B7A/2017/1401/2238 en 2433
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:207 BWAArt. 1:208 BWAArt. 20e Boek 1 BWAArt. 1:5e BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Advies over verlening van brieven van vaderschap voor overleden vader

De moeder heeft bij de minister een verzoek ingediend om brieven van vaderschap te verkrijgen voor haar kind, geboren in 2006, ten behoeve van de overleden vader die in 2005 overleed. De minister heeft het Hof om advies gevraagd over de verlening van deze brieven.

Tijdens de procedure zijn familieleden van de moeder gehoord en vond een mondelinge behandeling plaats waarbij de moeder, het kind en verwanten aanwezig waren. Het Hof heeft vastgesteld dat de moeder en de vader ten tijde van de verwekking samenwoonden in Curaçao en dat er geen twijfel bestaat over het vaderschap. Ook is de gelijkenis tussen het kind en een foto van de vader vastgesteld.

Het Hof acht de minister bevoegd om de brieven van vaderschap te verlenen, ondanks dat de geboorteakte in Curaçao is opgemaakt, en adviseert de verlening ervan. Tevens wordt geadviseerd dat na verlening een afschrift aan de burgerlijke stand in Curaçao wordt gezonden voor latere vermelding bij de geboorteakte. De moeder heeft verklaard geen naamkeuze te willen maken, maar het kind kan dit later zelf doen na het bereiken van meerderjarigheid.

Uitkomst: Het Hof adviseert de minister om de brieven van vaderschap te verlenen en de geboorteakte overeenkomstig aan te passen.

Uitspraak

BURGERLIJKE ZAKEN 2018 ADVIES NO.
Registratienr. HAR 57/18
Kenmerk adviesaanvrage Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie van Aruba:
MinJ 1713/16 en B7A/2017/1401/2238 en 2433
Advies: 23 oktober 2018
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba
advies op aanvraag van:
DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE VAN ARUBA,
hierna te noemen: de minister,
Directie Wetgeving en Juridische Zaken,
Directeur: mr. G.G.M. Croes,
Schotlandstraat 53, Aruba,
inzake een verzoek van:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
procederende in persoon,
ter verkrijging van brieven van vaderschap ten behoeve van:
[het kind],
geboren [geboortedatum] 2006 in Curaçao,
hierna te noemen: het kind,
ter zake van het gestelde vaderschap van:
[de vader],
overleden op 6 juli 2005 in Curaçao.
hierna te noemen: [de vader].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De moeder heeft bij brief van 10 februari 2016, met producties, de minister verzocht ingevolge artikel 1:207 van Pro het
Burgerlijk Wetboek van Aruba(BWA) ten behoeve van het kind brieven van vaderschap te verlenen.
1.2.
Bij brief van 2 september 2016, met producties, heeft de minister overeenkomstig artikel 1:208 BWA Pro het Hof om advies verzocht.
1.3.
Deze adviesaanvraag is in het ongerede geraakt. De minister heeft bij brieven van 12 mei 2017 en 18 december 2017, met producties, gerappelleerd.
1.4.
Op 31 augustus 2018 zijn in Curaçao woonachtige familieleden van de moeder in Curaçao gehoord ten overstaan van mr. J. de Boer, lid van het Hof. Gehoord zijn [naam 1], tante van de moeder, [naam 2], partner van de tante, en [naam 3], neef van de moeder.
1.5.
Op 17 september 2018 heeft in Aruba een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn de moeder, het kind, [naam 4], grootmoeder van het kind aan moederszijde, en [naam 5], zuster van de moeder.
1.6.
De datum van het advies is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Het kind is sedert 18 januari 2007 woonachtig in Aruba. Naar het oordeel van het Hof is naar regels van interregionaal privaatrecht de minister bevoegd de brieven van vaderschap te verlenen, ook al woonden de moeder en [de vader] ten tijde van de verwekking en de geboorte van het kind in Curaçao, alwaar ook de geboorteakte van het kind zich bevindt.
2.2.
Gelet op het gestelde in het verzoekschrift, de producties daarbij (waaronder de verklaring van [naam 6], moeder van [de vader]) en gelet op de door de moeder en genoemde verwanten ter terechtzitting afgelegde verklaringen, heeft het Hof geen twijfel aan het verwekkerschap van [de vader]. De moeder en [de vader] leefden ten tijde van de verwekking samen op Brakkeput in Curaçao. Geen der verwanten heeft enige twijfel. Ter zitting heeft het Hof bovendien zich kunnen vergewissen van de gelijkenis tussen het kind en een foto van [de vader].
2.3. [
[de vader] is overleden op 6 juli 2005, dus tijdens de zwangerschap van het kind dat op [geboortedatum] 2006 is geboren. Het Hof acht het aannemelijk, gelet op de verklaring van [naam 6], grootmoeder van vaderszijde (productie 4 bij verzoek aan de minister), dat [de vader] van plan was het kind te erkennen of vóór de geboorte met de moeder te trouwen.
2.4.
Aan de voorwaarden van artikel 1:207 lid 1 BWA Pro is derhalve voldaan. Het Hof zal daarom adviseren de verzochte brieven van vaderschap te verlenen.
2.5.
Het Hof zal tevens adviseren dat de minister op de voet van artikel 20e van boek 1 BWA onverwijld na de verlening een afschrift zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Curaçao, opdat een latere vermelding aan de geboorteakte van het kind wordt toegevoegd.
2.6.
De moeder heeft ter zitting verklaard geen naamkeuze te willen doen. Zij heeft verklaard dat nadat de
Landsverordening van 23 september 2016 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 1989 no. GT 100) in verband met een aantal onderwerpen die nog een regeling of aanpassing in het Burgerlijk Wetboek van Aruba behoeven (aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba), AB 2016 no. 51, in werking zal zijn getreden, het kind zelf, bij het bereiken van de meerderjarige leeftijd, eventueel alsnog de naam van de vader kan kiezen (artikel 1:5e BWA [nog niet in werking]).
ADVIES:
Het Hof:
- adviseert de minister om de verzochte brieven van vaderschap, waarin wordt vastgesteld dat
[de vader],overleden op 6 juli 2005 in Curaçao, de vader is van
[het kind],geboren [geboortedatum] 2006 in Curaçao, te verlenen;
- adviseert de minister om na de verlening onverwijld een afschrift van de brieven van vaderschap te doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Curaçao, opdat een latere vermelding aan de geboorteakte van het kind wordt toegevoegd; en
- verzoekt de minister ook het Hof een afschrift te doen toekomen.
Dit advies is gegeven door mrs. J. de Boer, M.W. Scholte en F.W.J. Meijer, leden van het Hof, en op 23 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.