ECLI:NL:OGHACMB:2018:85
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- J. Sybesma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitspraak Gemeenschappelijk Hof inzake ambtenarenrechtspraak Aruba
Appellant heeft bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het Hof van 21 april 2017, waarbij hij tevens een verzoek om herziening en een beroepschrift habeas corpus indiende. Het Hof heeft het beroepschrift behandeld op 13 april 2018 te Aruba, waarbij appellant in persoon verscheen.
Het Hof heeft onderzocht of het beroepschrift ontvankelijk is. Appellant stelde dat artikel 61, eerste lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie een rechtsingang biedt voor zijn beroep, hoewel hij geen verzoek om herziening als bedoeld in artikel 135 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak indiende.
Het Hof oordeelde dat de Landsverordening ambtenarenrechtspraak een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent en dat artikel 61 van Pro de Rijkswet uitsluitend een materieelrechtelijke bepaling is die geen rechtsmiddel biedt. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak is gewezen door de voorzitter en twee andere leden van het Hof, en uitgesproken op 4 mei 2018 in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.