ECLI:NL:OGHACMB:2019:108
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid en uitleg cao-bepaling over cessantia-uitkering bij publiekrechtelijke aanstelling
In deze zaak staat centraal of artikel 2.7.7 van de cao van toepassing is op een medewerker van de University of Curaçao (UoC) die oorspronkelijk publiekrechtelijk is aangesteld en geen privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst heeft. De appellant vordert toepassing van deze cao-bepaling die een cessantia-uitkering regelt na afkeuring.
Het hof stelt vast dat de cao alleen van toepassing is op werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst. De appellant heeft geen privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst en ook niet gevraagd om een dergelijke overeenkomst. De UoC past onderdelen van de cao wel toe op medewerkers zonder arbeidsovereenkomst om ongelijkheid te voorkomen, maar artikel 2.7.7 is niet van overeenkomstige toepassing omdat het invaliditeitspensioen dat de appellant ontvangt, een gunstiger regeling is dan de cessantia-uitkering.
Daarnaast bepaalt de Cessantia-landsverordening dat geen recht op cessantia-uitkering bestaat indien de werknemer reeds een pensioen of vergelijkbare uitkering ontvangt, zoals het invaliditeitspensioen van de appellant. De door appellant aangevoerde interpretatie dat cessantia-uitkering ongeacht andere inkomsten zou worden betaald, wordt door het hof verworpen als strijdig met de tekst en bedoeling van de wet.
Het hof bevestigt daarom de eerdere beschikking die de vorderingen van appellant afwijst en veroordeelt appellant in de proceskosten van de UoC in hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van appellant worden afgewezen en de bestreden beschikking bevestigd.