Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskostenvergoeding en griffierecht
6.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
datum-stempel) aan partijen verzonden.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van Y Holding BV, stelde dat hij zijn geldvordering op Holding JR in 2008 had ingebracht in Z Ltd tegen uitreiking van aandelen, waardoor hij in 2010 geen rentebate zou hebben genoten. Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat deze stelling niet aannemelijk was gemaakt en handhaafde de navorderingsaanslag 2010.
In hoger beroep heeft het Hof de stukken en verklaringen beoordeeld, waaronder een deed of assignment, een verklaring van belanghebbende en zijn zoon, en een notariële akte van statutenwijziging van Holding JR. Het Hof constateerde dat de gegevens in de deed of assignment afwijken van de oorspronkelijke geldvordering en dat geen sluitend bewijs is geleverd dat de overdracht van de geldvordering daadwerkelijk in 2008 heeft plaatsgevonden.
Daarmee bleef de geldvordering op Holding JR gedurende het gehele jaar 2010 bestaan en heeft belanghebbende een rentebate genoten. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de navorderingsaanslag. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag 2010 wordt bevestigd.