Uitspraak
3.Het hoger beroep van USZV
4.Het hoger beroep van [DE STICHTING]
Het betoog faalt.
Slotsom
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 9 juli 2019 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 16 april 2018. De zaak betrof een geschil tussen het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekering (USZV) en een stichting over de naheffingsaanslag sociale premies over het jaar 2014.
De kern van het geschil was of oproepkrachten onder de definitie van werknemer vallen voor de Landsverordening Ongevallenverzekering (LvOv) en de Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv), en of bepaalde vaste toelagen als loon moeten worden beschouwd. Het Gerecht had geoordeeld dat oproepkrachten geen premieplichtige werknemers zijn voor de LvOv, maar het Hof stelde dit bij hoger beroep bij omdat de LvOv geen uitzondering kent voor losse werknemers zoals oproepkrachten.
Het Hof oordeelde dat USZV onvoldoende heeft aangetoond dat er een gezagsverhouding bestond tussen de stichting en de oproepkrachten, maar bevestigde dat oproepkrachten in principe premieplichtig zijn. Daarnaast verwierp het Hof de bezwaren van de stichting tegen de premietijdvakken, de looncomponenten en de toepassing van de loongrens. De vaste toelagen werden als loon aangemerkt en de naheffingsaanslag werd bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak van het Gerecht werd met verbeterde motivering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van beide partijen wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt bevestigd.